MijnFintool

Nieuws

Kredietverstrekker geen recht op rentevergoeding

De rechter stelt dat in een kredietovereenkomst eenzijdige rentewijzigingsbedingen niet transparant en oneerlijk zijn. De geldlener had in 2006 een tweetal kredieten afgesloten, welke door geldlener in 2019/2020 zijn afgelost.

De kredietverstrekker beroept zich op verjaring, maar dit slaagt niet.

De verjaring voor vorderingen wegens onverschuldigde betaling bedraagt vijf jaar. De Richtlijn verzet zich in beginsel niet tegen een verjaringstermijn voor het instellen van de vordering die er toe strekt de uit die nietigverklaring voortvloeiende terugbetalingsplicht te doen gelden, voor zover die termijn niet ongunstiger is dan die welke voor soortgelijke nationale vorderingen geldt, en voor zover de uitoefening van de door de Richtlijn verleende rechten daardoor in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt.

Laatstbedoelde voorwaarden brengen mee dat genoemde verjaringstermijn pas is aangevangen vanaf het moment waarop [eiser] ermee bekend kon zijn dat hij een vordering wegens onverschuldigde betaling tegen de Bank kon hebben. Nu [eiser] onweersproken heeft gesteld dat hij voor het eerst in door publicaties in de media en televisie uitzendingen in 2018 bekend is geworden met het feit dat de Bank ook andere factoren dan de marktrente aan de kredietvergoeding ten grondslag legt, is de vordering niet verjaard.

Eerdere soortgelijke zaak via gerechtshof

In dit geding ligt dezelfde rechtsvraag voor als in het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1801). In die zaak was tussen partijen een kredietovereenkomst gesloten met hetzelfde rentewijzigingsbeding als hier in geding. De tekst van artikel 1 van die overeenkomst en artikel 3 van de algemene voorwaarden is hetzelfde als in de overeenkomsten tussen [eiser] en (de rechtsvoorgangers van) de Bank.

Transparantievereiste

Het oordeel van het gerechtshof dat dit wijzigingsbeding de toets aan de Richtlijn 93/13 oneerlijke bedingen niet kan doorstaan, wordt gevolgd. Zo kunnen kernbedingen die niet duidelijk en niet begrijpelijk zijn geformuleerd en aldus niet transparant zijn, aan de Richtlijn worden getoetst. Dit transparantievereiste moet ruim worden uitgelegd, en impliceert dat een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument bij het sluiten van de overeenkomst in staat moet worden gesteld om de concrete werking van het beding te begrijpen, en op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de – mogelijk aanzienlijke – economische gevolgen van het beding voor zijn financiële verplichtingen te beoordelen. Dat betekent dat de voornaamste gegevens die voor de beoordeling van die financiële verplichtingen nodig zijn, gemakkelijk toegankelijk moeten zijn.

Oneerlijk

De kantonrechter is van oordeel dat het kernbeding in artikel 1 van de krediet overeenkomsten en het beding in artikel 3 van de algemene voorwaarden oneerlijk zijn. Op grond van deze bedingen wordt de consument niet in staat gesteld om de concrete werking ervan te begrijpen, laat staan dat hij de economische gevolgen ervan voor zijn financiële verplichtingen kan beoordelen. Voor de consument staat immers niet vast hoe hoog de debetrente gedurende de looptijd van de overeenkomst precies is. De rente – en als gevolg daarvan ook de maandtermijn en het totaal te betalen bedrag – kan namelijk eenzijdig, naar believen, door kredietgever worden gewijzigd, waarmee de financiële positie van de kredietgever ten opzichte van de kredietnemer aanzienlijk kan worden verbeterd. Weliswaar zal de kredietnemer vooraf door de kredietgever worden geïnformeerd over een rentewijziging, maar nergens is bepaald op welke gronden de kredietgever de debetrente mag wijzigen en of het de kredietnemer in dat geval vrij staat de kredietovereenkomst op te zeggen. De debetrente die is vermeld in de overeenkomst is kortom niet meer dan een momentopname ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten, die bij wijze van spreken de volgende dag weer anders kan zijn. Op deze manier weet de consument niet waar hij aan toe is.

Vernietiging rentewijzigingsbedingen

Op grond van het voorgaande en in lijn met voornoemd arrest van het gerechtshof wordt geoordeeld dat de rentewijzigingsbedingen (artikel 1 van de kredietovereen-komsten en artikel 3 van de algemene voorwaarden) worden vernietigd. Hun inhoud kan niet worden herzien. Deze artikelen kunnen dus niet dienen als grondslag voor betaling van een kredietvergoeding. De vernietiging noopt niet tot het algehele vernietiging van de kredietovereenkomsten, maar heeft tot gevolg dat de Bank geen recht heeft op rente/kredietvergoeding. Dat betekent dat alle betalingen die [eiser] heeft gedaan aan de Bank uitsluitend moeten worden toegerekend aan de uitgeleende bedragen.

Beslissing

De consument (eiser) krijgt de eerder betaalde rentevergoedingen terug.


Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

09 aug 2022

Laatst gewijzigd

09 aug 2022

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1