Partijen zijn met elkaar overeengekomen dat de levering van de woning op 26 oktober 2021 zal plaatsvinden bij notariskantoor V. te Amsterdam. Voorafgaand aan de levering hebben partijen de woning geïnspecteerd, in aanwezigheid van de verkoopmakelaar en de aankoopmakelaar. De levering van de woning op 26 oktober 2021 is niet doorgegaan, omdat koper niet is verschenen bij de notaris.
Bij brief gedateerd op 28 oktober 2021, maar verzonden op 29 oktober 2021, heeft koper een ingebrekestelling gestuurd aan verkoper, omdat tijdens de inspectie een aantal gebreken is geconstateerd aan de woning. Eén van deze gebreken was dat er geen vergunning was verleend voor het tuinhuis in de achtertuin. Koper heeft verkoper in de gelegenheid gesteld om binnen acht dagen de woning te leveren zoals overeengekomen in de koopovereenkomst, dus zonder gebreken.
Bij brief van 8 november 2021 heeft koper de koopovereenkomst met betrekking tot de woning ontbonden, omdat verkoper de gebreken niet had hersteld, en heeft koper aanspraak gemaakt op de contractuele boete uit artikel 11.2. van de koopovereenkomst.
Bij besluit van 5 november 2021 heeft de gemeente Dordrecht een omgevingsvergunning verleend voor het tuinhuis bij de woning.
Overwogen wordt als volgt. Koper wist ten tijde van de ingebrekestelling dat de vergunningsaanvraag, die op 2 oktober 2021 was ingediend, nog liep. Gelet hierop heeft koper geen redelijke termijn gesteld door van verkoper te verlangen dat hij binnen acht dagen na 29 oktober 2021 zou beschikken over een vergunning.
In een vergunningstraject is immers sprake van beslistermijnen, waar verkoper zelf geen invloed op heeft. Daarnaast rechtvaardigt het gebrek evenmin de gehele ontbinding van de koopovereenkomst. Hoewel onbetwist is dat het tuinhuis belangrijk was voor koper, is het tuinhuis slechts een klein onderdeel van de woning. Als de vergunning niet verleend zou worden en het tuinhuis verwijderd had moeten worden, dan kan de woning nog steeds als woning gebruikt worden.
Indien het tuinhuis essentieel voor de woning was voor koper dan had hij dat in de koopovereenkomst kunnen opnemen. Dat is niet gebeurd. Het ontbreken van de vergunning is dan ook niet een zodanig gebrek dat het de ontbinding van de gehele koopovereenkomst rechtvaardigt. Koper heeft gelet op het voorgaande ten onrechte de koopovereenkomst ontbonden.
Koper moet aan verkoper een bedrag van € 39.500,- (boete) betalen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99