Dit besluit bevat enige wijzigingen in het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019. Het betreft de nadere invulling van de nieuw geïntroduceerde mogelijkheid tot het aanhouden van een heffingsreserve, de wijziging van de procentuele verdeling voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in verband met veranderingen in het accountancy- en pensioentoezicht, en een nieuwe maatstaf voor de heffingen bij handelsplatformen.
Om de stabiliteit van de heffingen van de toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en de AFM te vergroten, heeft de Wijzigingswet financiële markten 2022 een aantal instrumenten in de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 (Wbft 2019) geïntroduceerd die fluctuaties in de heffingen als gevolg van incidentele kosten tegen kunnen gaan. Met deze wijziging hebben de toezichthouders onder andere de mogelijkheid gekregen tot het vormen van een reserve voor het opvangen van kosten als gevolg van incidentele situaties.
Enkele aspecten van de heffingsreserve worden in dit besluit uitgewerkt. Het besluit regelt de maximale hoogte van de reserve, de wijze waarop deze aan de onder toezicht staande personen kan worden toegerekend, en het moment waarop de toerekening plaatsvindt.
Met de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) wordt de toezichttaak van de AFM, als gedragstoezichthouder op pensioenuitvoerders en vermogensbeheerders, uitgebreid met als doel de transitie voor de Nederlandse pensioensector en deelnemers goed te laten verlopen.
In verband met deze wijzigingen wordt het te heffen bedrag in 2023 met € 4,1 mln verhoogd. Deze verhoging komt ten laste van de volgende toezichtcategorieën:
Als gevolg van deze verhogingen dalen de heffingspercentages van enkele andere categorieën. Dit betekent niet dat deze categorieën minder zullen gaan betalen, omdat de begroting van de AFM hoger zal zijn, in lijn met de ophogingen van het kostenkader.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99