De MIK is geëxpireerd en het kind moet aan het beschikbaar gekomen lijfrentekapitaal een nadere bestemming geven. Het kind kan geen verzekeringsmaatschappij bereid vinden om een (uitgestelde of direct ingaande) MIK aan te gaan. Hierdoor resteert alleen de mogelijkheid om het kapitaal in een keer uit te laten keren (afkopen). Naast progressienadelen brengt dit revisierente met zich mee.
De staatssecretaris van Financiën heeft in deze bijzondere situatie met toepassing van de hardheidsclausule goedgekeurd dat de verzekeringsmaatschappij het lijfrentekapitaal van de MIK mag uitbetalen alsof sprake is van de uitkering van een (reguliere) lijfrentetermijn.
Door de goedkeuring is in deze bijzondere situatie geen revisierente verschuldigd over de uitbetaling van het vrijgekomen kapitaal. De verzekeringsmarkt is recent dusdanig veranderd dat het niet meer mogelijk is voor een (klein-)kind om een (uitgestelde of direct ingaande) MIK aan te gaan. Het (klein-)kind heeft geen andere keuze dan de MIK af te kopen. Het gevolg is dat de afkoopsom in een keer belast is bij het (klein-)kind terwijl deze geen aftrek van de lijfrentepremies heeft gehad. In deze situatie zou het in rekening brengen van revisierente leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard in de zin van artikel 63 AWR.
Heeft u een vergelijkbare situatie waarin u een beroep wilt doen op de hardheidsclausule? Stuur dan een verzoek naar:
Ministerie van Financiën
Corporate Dienst Vaktechniek
Team Brieven en Beleidsbesluiten
Postbus 20201
2500 EE Den Haag
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99