MijnFintool

Nieuws

Gemiddelde WOZ-waarde woningen

Op 1 januari 2023 bedroeg de gemiddelde WOZ-waarde van een woning 369 duizend euro. Dat is 16,4 procent meer dan een jaar eerder en de hoogste waarde ooit. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Staatssecretaris Marnix L.A. van Rij gaf antwoord op vragen "Plan van aanpak no-cure-no-pay-problematiek BPM en WOZ".

De prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen en WOZ-waarde zijn niet één op één vergelijkbaar. Bij de berekening van de ontwikkeling van de WOZ-waarde worden alle woningen meegenomen, ook huurwoningen en niet verkochte koopwoningen. Daarnaast verandert de woningvoorraad door nieuwbouw en sloop, wat over het algemeen zorgt voor een hogere WOZ-waarde. Meestal hebben nieuwbouwwoningen een hogere WOZ-waarde dan de woningen die verdwijnen door sloop.

 

Bron: CBS, Staat van de WOZ, bron Waarderingskamer

 

Fierensmarge (vervallen)

Artikel 26a Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), waarin die Fierensmarge was neergelegd, bepaalde dat een vastgestelde waarde van een onroerende zaak geacht werd juist te zijn, indien de afwijking tussen de vastgestelde waarde en de werkelijke waarde van die zaak binnen een bepaalde marge bleef. De Fierensmarge leidde er naar het oordeel van de Hoge Raad toe dat een belanghebbende de rechtmatigheid van de vastgestelde WOZ-waarde niet effectief kon betwisten indien de vastgestelde waarde van een onroerende zaak niet meer dan 5% afweek van de werkelijke waarde van die onroerende zaak.
De Hoge Raad oordeelde aldus dat de Fierensmarge niet verenigbaar was met artikel 1 EP EVRM, immers een belanghebbende kon geen bezwaar aantekenen tegen een WOZ-beschikking waarvan bekend was dat de WOZ-waarde incorrect was.

Die situatie wijkt af van de maatregel die wordt verkend om geen proceskostenvergoeding toe te kennen indien een bpm- of WOZ-waarde slechts licht wordt bijgesteld. Die maatregel beperkt niet de mogelijkheden voor een belanghebbende om bezwaar aan te tekenen tegen een WOZ-beschikking of bpm-aangifte of -naheffingsaanslag. De WOZ-waarde kan dus aangepast worden waar deze onjuist is, ook indien het slechts een kleine aanpassing betreft. Indien een belanghebbende echter een professioneel gemachtigde inschakelt voor rechtsbijstandsverlening, dan zou in zo’n geval geen proceskostenvergoeding worden toegekend.
Op dit moment worden de mogelijkheden om deze maatregel in te voeren verkend. Bij de verkenning is extra oog voor artikel 1 EP EVRM.

Jaarlijks

Op dit moment wordt de WOZ-waarde jaarlijks vastgesteld. Bij het invoeren van de Wet WOZ in 1995 was de bij beschikking vastgestelde waarde echter voor een tijdvak van vier achtereenvolgende jaren geldig. Vanaf 2005 is dit tijdvak verkleind naar een periode van twee achtereenvolgende jaren, en per 1 januari 2007 is het tijdvak vastgesteld op één kalenderjaar. De waardepeildatum is ook in de loop van de tijd aangepast. Waar de waardepeildatum bij inwerkingtreding van de Wet WOZ nog op 1 januari twee jaar voor het tijdvak was, is dit vanaf 2008 aangepast naar 1 januari, één jaar voor het tijdvak. In het eerste systeem kwam de bij de WOZ-beschikking vastgestelde waarde dus pas in het derde jaar tot uitdrukking in de belastingheffing, en werd nog gebruikt in het belastingjaar dat zes jaar later aanving.

NCNP-basis

Op zichzelf is er geen bezwaar tegen bijstand op ncnp-basis. Dit kan namelijk eraan bijdragen dat bedrijven laagdrempelige rechtshulp bieden. Een belanghebbende uitsluiten van proceskostenvergoeding (en mogelijk IMS) op basis van het gegeven dat een professioneel gemachtigde werkt met een ncnp-honorarium lijkt op dit moment een disproportionele oplossing.

Bedrag wettelijk vastleggen

Met name maatregel 6 uit het plan van aanpak (het niet langer uitkeren van IMS bij de WOZ en bpm) beoogt de financiële prikkel om bezwaar- en beroepsprocedures onnodig te rekken weg te nemen. Er is voor gekozen om de uitkering van de vergoeding van IMS bij WOZ en bpm-zaken niet geheel te schrappen, zodat de prikkel wordt behouden voor het bestuursorgaan en de rechter om binnen een redelijke termijn te beslissen. In plaats daarvan is ervoor gekozen om het bedrag van IMS-vergoeding in WOZ- en bpm-zaken wettelijk vast te leggen en meer in lijn te brengen met de veronderstelde spanning en frustratie die gepaard gaan met het wachten op een uitspraak in die procedures. De precieze uitwerking van dit voorstel zal met Prinsjesdag worden bekendgemaakt indien uw Kamer dit onderwerp niet controversieel verklaart.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

14 jul 2023

Laatst gewijzigd

14 jul 2023

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1