De autoriteit is van oordeel dat BKR artikel 12, vijfde lid heeft overtreden, omdat zij niet kosteloos op elektronische wijze inzage in persoonsgegevens heeft gegeven aan betrokkenen in het kader van het recht op inzage.
Daarnaast is de autoriteit tot de conclusie gekomen dat BKR artikel 12, tweede lid, van de AVG heeft overtreden, doordat BKR het recht van inzage ingevolge artikel 15 van de AVG niet heeft gefaciliteerd.
BKR droeg actief het beleid uit dat een betrokkene eenmaal per jaar zonder kosten schriftelijk inzage kon krijgen in de persoonsgegevens. De rechtbank is van oordeel dat de autoriteit terecht heeft geconcludeerd dat BKR deze twee overtredingen heeft begaan.
Er is geen strijd met het lex certa-beginsel. Er is geen sprake van eendaadse samenloop. De autoriteit mocht voor twee overtredingen een boete opleggen. Wel is er sprake van een zekere samenhang tussen de overtredingen. De rechtbank acht het daarom redelijk dat de autoriteit het boetebedrag vanwege die samenhang met 20% heeft gematigd. De Boetebeleidsregels autoriteit persoonsgegevens 2019 zijn niet onredelijk en de autoriteit mocht deze toepassen voor de vaststelling van de hoogte van de boete.
De rechtbank is wel van oordeel dat de boete onevenredig hoog is. Er waren niet alleen verzwarende, maar ook verlichtende omstandigheden. Er was daarom geen aanleiding om hogere bedragen te hanteren dan de basisboetebedragen uit het beleid, zoals de autoriteit wel heeft gedaan. De rechtbank matigt de boete daarom verder en stelt deze vast op € 668.000.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99