MijnFintool

Nieuws

Wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm

De Rechtspraak heeft in het jaarverslag over 2022 aandacht gevraagd voor de vastlopende belastingrechtspraak door grote hoeveelheden ‘no cure no pay’-zaken en de onder druk staande toegang tot de rechter. De hoge instroom van WOZ- en bpm-zaken leidt er bij de rechtspraak toe dat verdringing plaatsvindt en burgers en bedrijven in andere zaken, die vanuit maatschappelijk oogpunt van groter belang zijn, langer op een uitspraak moeten wachten.

2.1 Aantal ingediende bezwaarschriften

Hoofdlijnen van het voorstel

Het doel van de voorgestelde maatregelen is om de financiële prikkel weg te nemen om namens een belanghebbende een bezwaarprocedure te starten of door te procederen met de overwegende reden om een proceskostenvergoeding of een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn te verkrijgen. Het onderhavige voorstel strekt ertoe dat doel te bereiken door de overcompensatie weg te nemen die er op dit moment is bij het toekennen van vergoedingen van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in het kader van procedures tegen een WOZ-beschikking, bpm-aangifte of bpm-naheffingsaanslag en door de hoogte van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn meer in lijn te brengen met de veronderstelde spanning en frustratie die gepaard gaan met het wachten op een uitspraak in die procedures. Benadrukt wordt dat de proceskostenvergoeding niet is bedoeld als volledige schadevergoeding, maar sinds de invoering ervan is bedoeld als tegemoetkoming in de daadwerkelijke kosten.

Artikel I (artikel 30a Wet waardering onroerende zaken)

In het voorgestelde artikel 30a, eerste en tweede lid, Wet WOZ wordt geregeld dat de vergoeding die ingevolge het Bpb wordt toegekend voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, wordt vermenigvuldigd met 0,25 of 0,10. In het voorgestelde artikel 30a, derde lid, Wet WOZ is geregeld dat de bestuursrechter, bij overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een bezwaar of een beroepsprocedure moet worden behandeld, een vergoeding van immateriële schade toekent van € 50 per half jaar waarmee die termijn is overschreden. In het voorgestelde artikel 30a, vierde en vijfde lid, Wet WOZ zijn regels gesteld teneinde te bewerkstelligen dat uitbetalingen uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van een belanghebbende. Deze bepalingen gelden voor bezwaar, beroep, hoger beroep en cassatie tegen een op grond van de Wet WOZ of hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Gemeentewet genomen besluit of een daarmee verband houdend besluit.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

20 sep 2023

Laatst gewijzigd

20 sep 2023

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1