De rechtbank benadrukt dat het, anders dan [eiseres] betoogt, niet zo is dat de adviseur zonder meer ongelijk krijgt als de adviseur onvoldoende gegevens schriftelijk vastlegt. Wel is het zo dat [gedaagde] mogelijk niet aan haar verzwaarde motiveringsplicht kan voldoen, als zij onvoldoende gegevens schriftelijk vastlegt en bijvoorbeeld geen aantekeningen bijhoudt en bewaart van hetgeen zij in het kader van haar voorlichtingsplicht met haar cliënten bespreekt. Dat komt dan voor haar risico (Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288, ro. 3.4.3 en 3.5.4). Maar het is ook mogelijk dat [gedaagde] in zo’n geval alsnog wel aan haar verzwaarde motiveringsplicht voldoet doordat zij een duidelijke mondelinge toelichting geeft.
In dit geval heeft [gedaagde] inderdaad onvoldoende gegevens tijdig schriftelijk vastgelegd, maar in de conclusie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling heeft (de heer [naam 1] namens) [gedaagde] uitvoerig verteld over de periode vanaf het moment dat het echtpaar [eiseres en echtgenoot] haar hulp inschakelde tot het moment dat zij aansprakelijk werd gesteld, een ruime maand nadat de heer [echtgenoot eiseres] overleed. [gedaagde] heeft daarbij concreet uitgelegd wat er is gebeurd, welke contactmomenten er waren en wat er op die momenten is besproken. [gedaagde] heeft ook relevante producties in het geding gebracht. [gedaagde] heeft ook verteld over de concrete contacten, nog vóór de opzegging van de oude overlijdensrisicoverzekering, waarin zij, [echtgenoot eiseres] en [eiseres] volgens haar hebben gesproken over het financieel plan, de oude en nieuwe overlijdensrisicoverzekeringen en de mogelijkheid om te wachten totdat de nieuwe overlijdensrisicoverzekering rond zou zijn. De conclusie is dat [gedaagde] voldoende feitelijke gegevens heeft verstrekt en daarmee heeft voldaan aan haar verzwaarde motiveringsplicht.
De rechtbank past de volgende maatstaf toe.
Op grond van artikel 7:401 BW moet een financieel adviseur of hypotheekadviseur bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Hij is aansprakelijk voor de negatieve gevolgen van zijn advies als een ‘redelijk handelend en redelijk bekwaam’ adviseur dat advies niet zou hebben gegeven. Bij het oversluiten of het omzetten van een hypotheek(vorm) houdt deze zorgplicht van de hypotheekadviseur in dat de adviseur moet onderzoeken of dit oversluiten of omzetten wel in het belang is van de consument/cliënt en de consument/cliënt moet informeren over en waarschuwen voor risico’s die de consument/cliënt bij de besluitvorming wil en moet betrekken. Onder omstandigheden, als die risico’s ernstig en reëel zijn, moet de adviseur een voorgenomen transactie ontraden. De adviseur moet een schriftelijk dossier bijhouden met documentatie over de adviezen en mededelingen aan de consument/cliënt.
[eiseres] heeft naar het oordeel van de rechtbank gelijk dat [gedaagde] te weinig gegevens tijdig schriftelijk heeft vastgelegd. [gedaagde] had in het bijzonder tijdig schriftelijk moeten vastleggen – op voor het echtpaar [eiseres en echtgenoot] kenbare wijze – wat voor afspraken zij met het echtpaar [eiseres en echtgenoot] maakte en wat voor adviezen zij gaf over de belangrijke punten, zoals het risico dat er geen dekking zou zijn als de oude verzekering zou worden opgezegd vóórdat de nieuwe verzekering rond was.
...
Dat geldt ook om een tweede reden. [gedaagde] heeft in het Adviesrapport (productie 9 bij dagvaarding) genoteerd ‘Na overleg alsnog besloten om een nieuwe overlijdensrisicoverzekering aan te vragen op beide levens met verzekerd bedrag van € 250.000,- gelijkblijvend en looptijd 25 jaar.’ Ook als dit rapport niet aan het echtpaar [eiseres en echtgenoot] is verstrekt, zoals [eiseres] stelt, levert het rapport wel een aanwijzing op dat [gedaagde] wel heeft geadviseerd over een overlijdensrisicoverzekering, omdat [gedaagde] dit in het rapport op of omstreeks de relevante periode schriftelijk heeft vastgelegd.
De rechtbank neemt bij de bewijswaardering en de beoordeling van de zorgplicht verder in aanmerking dat het hier niet draait om een ingewikkeld punt. Het punt waar het hier om gaat bij de zorgplicht, is simpel: wie een verzekering opzegt, weet dat die verzekering ophoudt en in algemene zin geen rechten meer geeft. Dit is voor iedereen duidelijk. Zo ook in andere soortgelijke gevallen. Wie geld leent, weet dat het geld moet worden terugbetaald. Wie een verzekering afsluit, weet dat de premie moet worden betaald. Wie een aanvraagformulier invult, weet dat de verzekering daarmee nog niet rond is, als het medisch traject voor een keuring gaat lopen, zoals hier. Uitzonderingen op het voorgaande zijn natuurlijk denkbaar, bijvoorbeeld bij een geestelijke stoornis of taalproblemen, maar dit is hier niet aan de orde. De zorgplicht van [gedaagde] had onder deze omstandigheden een minder vergaande omvang, omdat het punt voor het echtpaar [eiseres en echtgenoot] toch echt, uit de aard van de zaak, al gauw duidelijk was.
De conclusie van de bewijswaardering is dat de overlijdensrisicoverzekering wel degelijk is besproken en [echtgenoot eiseres] en [eiseres] goed op de hoogte waren en een bewuste keuze hebben gemaakt. [gedaagde] heeft de zorg van een goed adviseur onder de omstandigheden in acht genomen. De gevorderde verklaring voor recht en schadevergoeding kunnen in zoverre niet worden toegewezen op grond van een tekortkoming in de nakoming in de overeenkomst.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99