MijnFintool

Nieuws

Wie het eerst vertrekt, heeft pech

Nadat hun relatie beëindigd was, heeft de consument een andere woning gekocht. Zij heeft de bank verzocht om de meeneemregeling voor 50% toe te passen, in de zin dat zij de helft van de Hypotheek meeneemt (dus met behoud van de rentecondities). De geldverstrekker heeft dit verzoek afgewezen (terecht).

De commissie oordeelt dat niet voldaan was aan de voorwaarden van de meeneemregeling en dat de bank ook niet verplicht was om de meeneemregeling zodanig vorm te geven dat de consument er voor 50% gebruik van had kunnen maken.

Voorwaarden
Uit de voorwaarden blijkt duidelijk dat de oude Hypotheek afgelost moet worden. Daar is in deze zaak geen sprake van. De ex-partner (die in de woning is blijven wonen) blijft immers gebruik maken van de oude Hypotheek. De commissie oordeelt daarom dat niet voldaan is aan de voorwaarden van de meeneemregeling.

"Niet eerlijk"

In de tweede plaats stelt de consument dat de meeneemregeling van de bank oneerlijk is, omdat het de vertrekkende partij benadeelt.
De commissie kan goed begrijpen dat de consument het oneerlijk vindt dat zij geen gebruik heeft kunnen maken van de meeneemregeling, terwijl haar ex-partner bij een eventuele verkoop van de woning volledig gebruik zou kunnen maken van de meeneemregeling (als aan alle voorwaarden is voldaan).

De commissie benadrukt evenwel dat er geen wettelijke verplichting is voor kredietverstrekkers om een meeneemregeling aan te bieden. De bank heeft hier dus
contractsvrijheid. Met andere woorden: de bank mag zelf weten of zij een meeneemregeling aanbiedt en hoe zij haar meeneemregeling vormgeeft. De bank heeft ervoor gekozen om de oude Hypotheek niet te splitsen in een deel voor de achtergebleven partij en een (‘mee te nemen’) deel voor de vertrekkende partij. Deze keuze pakt nadelig uit voor de consument en wellicht gunstig voor haar ex-partner (maar dat laatste is ook afhankelijk van de vraag of hij in de toekomst de woning verkoopt en wat de rentetarieven op dat moment zijn). Het is echter niet aan de bank om een zo gelijkmatig mogelijke verdeling tussen beide partners te bewerkstelligen. Dat is meer iets waar de consument en haar ex-partner zelf afspraken over (hadden) kunnen maken. Dit alles betekent dat de bank niet verplicht was om de meeneemregeling zodanig vorm te geven dat de consument er voor 50% gebruik van had kunnen maken.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

05 feb 2024

Laatst gewijzigd

05 feb 2024

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1