Kort samengevat houdt de meeneemregeling in dat een consument de rente van een eerdere hypothecaire geldlening kan meenemen naar een nieuwe hypothecaire geldlening als hij voldoet aan een aantal voorwaarden.
Op enig moment is de relatie tussen de consument en zijn ex-partner beëindigd. De consument en zijn ex-partner hebben afgesproken dat de consument zijn eigendomsdeel van de woning overdraagt aan de ex-partner.
Geldverstrekker en de consument verschillen van mening over de vraag of de consument voldoet aan de voorwaarden van de meeneemregeling. Het gaat daarbij om de voorwaarde die is genoemd in sub d van artikel 9.2: “Het gaat om vrijwillige, onderhandse verkoop van de oude woning.” De consument is van mening dat hiervan ook sprake is in de situatie waarin hij zijn eigendomsdeel van de woning verkocht heeft aan zijn ex-partner.
De commissie volgt de consument niet in zijn stelling dat er in zijn situatie sprake is van een onderhandse verkoop van de woning.
Verkoop van een eigendomsaandeel in het kader van de verdeling van de gemeenschap is niet hetzelfde als een onderhandse vrijwillige verkoop. Uit artikel 9.2 van de voorwaarden blijkt ook niet dat geldverstrekker verdeling van de gemeenschap gelijk heeft willen stellen aan een onderhandse verkoop.
Het is daarbij, in tegenstelling tot wat de consument stelt, niet van belang of geldverstrekker nadeel heeft van het toepassen van de meeneemregeling. Nu er geen sprake is van een onderhandse verkoop, voldoet de consument niet aan de voorwaarden van de meeneemregeling. Hij kan daar dan ook geen gebruik van maken.
De Consument wordt in het ongelijk gesteld.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99