A en B wonen al 10 jaar samen en hebben een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting gesloten. A komt te overlijden. De werkgever van A keert € 9.000, zijnde drie maandsalarissen, uit aan B.
Is erfbelasting verschuldigd over een door een werkgever verstrekte overlijdensuitkering?
Ja, als de uitkering meer bedraagt dan één maandsalaris en als de uitkering wordt verstrekt op grond van een arbeidsovereenkomst. Dan is sprake van een verkrijging op grond van een derdenbeding, hetgeen leidt tot een fictieve verkrijging door de verkrijger op grond van artikel 13 van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956).
Het bedrag van de uitkering ten hoogte van één maandsalaris is voor de erfbelasting niet belast, aangezien het recht hierop voortvloeit uit artikel 7:674, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Die uitkering c.q. dat gedeelte van de uitkering wordt niet verkregen uit een overeenkomst, zodat artikel 13 SW 1956 daarop niet van toepassing is.
Bij een uitkering van meer dan drie maandsalarissen zou het meerdere met zowel erfbelasting als loonbelasting belast zijn. Redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat de erfbelasting dan terugtreedt.
Onderscheid moet worden gemaakt tussen:
Samengevat betekent het bovenstaande bij een overlijdensuitkering van:
In onderdeel 2.1 van het Beleidsbesluit Loonheffingen. Loon, vrijgesteld loon en vergoedingen en verstrekkingen van 21 juni 2022, nr. ??2022-159595 (Stcrt?. 2022, 18970) is goedgekeurd dat de overlijdensuitkering vanwege praktische problemen ook als loon van de overleden werknemer mag worden uitgekeerd. De langstlevende partner of de minderjarige kinderen [voetnoot 2] ontvangen dan niet de uitkering als loon uit een vroegere dienstbetrekking van een ander. Dit is een praktische oplossing voor de loonheffing, zodat de werkgever onder andere niet hoeft te herleiden aan wie moet worden uitgekeerd. Hierdoor wijzigt echter voor de SW 1956 niet wie de verkrijger van de uitkering is, dit blijft de langstlevende partner of de minderjarige kinderen.[voetnoot 3] Omdat artikel 13 SW 1956 van toepassing is, wordt bij hen erfbelasting geheven. Dit ongeacht of gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring voor de loonheffing.
Inzake de casus in de aanleiding is over € 6.000 erfbelasting verschuldigd. De heffing vindt bij de langstlevende partner plaats op grond van artikel 13 SW 1956.
[Voetnoot 1] Heeft de werkgever de uitkering uit eigen beweging gedaan of uit eigen beweging een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten, dan is artikel 13 SW 1956 niet van toepassing. De uitkering vloeit dan niet voort uit een overeenkomst tussen werkgever en werknemer. Dan is er niets onttrokken aan het vermogen van erflater (de werknemer) en is geen sprake van een derdenbeding. Zie Hoge Raad 25 mei 1960, ECLI:NL:HR:1960:AY1287, BNB 1960/205. Wel kan er schenkbelasting door de verkrijger van de uitkering verschuldigd zijn.
[Voetnoot 2] In de meeste arbeidsovereenkomsten en CAO’s wordt aangesloten bij de bepalingen in artikel 7:674 BW, waardoor aan dezelfde personen wordt uitgekeerd.
[Voetnoot 3] Of een andere persoon als in de arbeidsovereenkomst of CAO is opgenomen dat deze gerechtigd is tot de uitkering.
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99