Omdat het ziekteverzuim een seizoenseffect kent (’s winters wordt er meer verzuimd dan in de zomer), worden cijfers niet vergeleken met opeenvolgende kwartalen, maar met dezelfde kwartalen in voorgaande jaren. Een ziekteverzuim van 5,5 procent betekent dat van de duizend te werken dagen 55 werden verzuimd wegens ziekte.
Ook het jaarcijfer van 2023 is lager dan dat van een jaar eerder. In 2022 verzuimde nog 5,6 procent van de werknemers, het hoogste percentage dat het CBS heeft gemeten sinds het begin van de reeks in 1996. In 2023 was het 5,3 procent. Maar ondanks de daling was het ziekteverzuim vorig jaar relatief hoog. In slechts vijf jaren was het verzuim hoger dan in 2023.
De daling van het ziekteverzuim ten opzichte van een jaar eerder deed zich in vrijwel alle bedrijfstakken voor. De enige opvallende uitzondering was de financiële dienstverlening, waar het ziekteverzuim in de afgelopen jaren naar verhouding laag was. In het eerste kwartaal van 2023 was het verzuim nog 3,4 procent, in het eerste kwartaal van dit jaar 4,0 procent.
Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) is bekend wat de vaakst genoemde klachten zijn waarmee werknemers verzuimen, namelijk griep, verkoudheid of een andere virusinfectie. CBS en TNO voeren deze enquête eens per jaar uit in de maanden september tot en met december. De laatste resultaten gaan dus over 2023.
Ruim de helft (55 procent) van alle werknemers die verzuimden gaven griep, verkoudheid of een andere virusinfectie op als belangrijkste klachten bij het meest recente verzuim. Psychische klachten, overspannenheid of een burn-out werden door 8 procent genoemd.
In vergelijking met een jaar eerder nam het percentage dat verzuimde met griep of verkoudheid wel af: in 2022 was dat nog 64 procent.
Bron: CBS
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99