Als de koper zich wilde beroepen op het financieringsvoorbehoud, diende op basis van de koopovereenkomst twee afwijzingen van een erkende geldverstrekkende bankinstelling te worden overgelegd.
Nu verkopers de kopers niet in gebreke hebben gesteld, maar de makelaar het beroep op het financieringsvoorbehoud namens hen heeft geaccepteerd, zijn zij de contractuele boete van 10% van de koopsom misgelopen, aldus nog steeds verkopers.
Kern van het geschil is de vraag of de verkopende makelaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst van opdracht van 19 januari 2022. Volgens artikel 7:401 BW moet zij bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Dat betekent dat de makelaar moet handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in gelijke omstandigheden mag worden verwacht. Of hier sprake van is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de opdracht, de positie van de opdrachtnemer en de aard en ernst van de betrokken belangen. Een makelaar moet bij het uitvoeren van zijn opdracht het belang van zijn opdrachtgever centraal stellen en belangenverstrengeling voorkomen.
De zorgplicht van de verkopend makelaar strekt niet zo ver dat zij de financiële gegoedheid van de koper moet controleren of daar nader onderzoek naar behoort te doen.
Dat de makelaar de verkopers niet heeft gewezen op de mogelijkheid de kopers in gebreke te stellen en de contractuele boete te incasseren, maakt het handelen van de makelaar als opdrachtnemer niet onzorgvuldig. Verkopers hebben er – in overleg met de makelaar – immers zelf voor gekozen om de verkoop aan de eerste kopers nog een kans te bieden, in plaats van de weg van escalatie in te slaan, via een ingebrekestelling en het opeisen van de contractuele boete.
De vordering van verkopers wordt afgewezen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99