De Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het wetsvoorstel en adviseert dit aan te passen. Het advies legt ook een aantal dilemma’s bloot. Er is een breed gedragen wens om werkelijk rendement te belasten, er zijn juridische beperkingen bij het belasten van een forfaitair rendement en de uitvoerbaarheid voor zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst mag ook niet uit het oog verloren worden. Daarnaast spelen budgettaire overwegingen een rol. Het kabinet gaat het advies voor het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 inhoudelijk bestuderen en de mogelijkheden die er zijn wegen.
Naast de uitvoering van het rechtsherstel heeft de Belastingdienst capaciteit nodig voor de invoering van het beoogde nieuwe stelsel, waarvoor de regering het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 heeft gemaakt. Door de benodigde capaciteit voor het rechtsherstel en de voorrang die hieraan moet worden gegeven heeft de Belastingdienst niet voldoende capaciteit beschikbaar om het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 in de huidige vorm volledig te implementeren per 1 januari 2027.
Invoering per 1 januari 2028 is onder de huidige omstandigheden wel haalbaar. Voor de invoering per belastingjaar 2028 is het noodzakelijk dat de wetgeving hiervoor uiterlijk 15 maart 2026 is aangenomen door de Tweede Kamer.
De keuze van het kabinet om zich te blijven richten op de invoering van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 betekent automatisch dat het huidige stelsel van forfaitaire rendementen met tegenbewijs een jaar langer van kracht blijft dan eerder gepland. Zoals hiervoor aangegeven, wordt voor de tegenbewijsregeling de Wet tegenbewijsregeling box 3 voorbereid.
Omdat het forfaitaire stelsel met tegenbewijs tot 1 januari 2028 van kracht blijft, acht ik het van belang dat het gebruik van de tegenbewijsregeling in de situaties dat het rendement lager is dan het forfait zo eenvoudig mogelijk wordt. Hiervoor wordt het papieren en digitale formulier Opgaaf werkelijk rendement (formulier OWR) ontwikkeld waarmee belastingplichtigen het werkelijk rendement kunnen aangeven.
In de aangifte inkomstenbelasting vanaf belastingjaar 2025 zal aan belastingplichtigen in de (digitale) aangifte de mogelijkheid worden gegeven om in het kader van de tegenbewijsregeling het werkelijk rendement op te geven en is er geen noodzaak meer om dit in het formulier OWR te doen. De Belastingdienst beschikt dan nog niet over gegevens van ketenpartners (banken, verzekeraars, Kadaster), waardoor (gedeeltelijke) voorinvulling van het werkelijk rendement niet mogelijk is. Beoogd wordt dat Nederlandse financiële instellingen het werkelijk rendement van beleggingen en verzekeringen met ingang van belastingjaar 2027 renseigneren aan de Belastingdienst zodat deze gegevens vanaf dit belastingjaar vooraf ingevuld kunnen worden in de aangifte in het kader van de tegenbewijsregeling.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99