Deze factsheet is opgesteld als eerste verkenning van dit onderwerp. Achtereenvolgens wordt ingegaan op 1) de woonlasten uitgedrukt in de zgn. woonquote en 2) het verschil in vermogensopbouw.
Woonlasten worden vaak uitgedrukt in de woonquote, de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar huishoudinkomen.1 Nederlanders geven gemiddeld 23 procent van hun besteedbaar inkomen uit aan wonen. Daarmee staat Nederland op de zesde plek van de Europese Unie.
De mediane woonquote kwam in 2022 voor huishoudens in een huurwoning uit op 25,5 procent. Er zijn wel verschillen tussen de segmenten; in de sociale huursector is de mediane woonquote aanmerkelijk lager (24 procent in 2022) dan in de vrije huursector (30 procent in 2022).
Huishoudens in een eigen woning waren in 2022 met 16,6 procent een aanmerkelijk kleiner deel van hun inkomen kwijt aan wonen.
Voor zowel woningeigenaren als huurders is de mediane woonquote sinds 2018 gedaald, zij het in de vrije huursector minder sterk dan in de sociale huursector. Bij woningeigenaren hangt de afname waarschijnlijk samen met een stijging van het besteedbaar inkomen en het oversluiten van hypotheken tegen een lagere rente. In de sociale huursector hebben huurprijsregulering, de huurtoeslag en voldoende financiële ruimte bij corporaties om gematigd huurbeleid te voeren hieraan bijgedragen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99