2.10 De verzekeraar voert de volgende verweren tegen de stellingen van de consumenten.
Op grond van artikel 2.2 en artikel 6.1 sub a van de voorwaarden moeten de feiten die ten grondslag liggen aan het geschil binnen de looptijd van de verzekering hebben plaatsgevonden. De feiten die geleid hebben tot de geschillen met de verkoper en de koper zijn respectievelijk de aankoop van de woning in 2017 en de verkoop van de woning in 2020. De koper spreekt de consumenten immers aan op grond van de stelling dat de woning niet voldoet aan de tussen partijen gesloten koopovereenkomst.
De consumenten spreken de verkoper vervolgens aan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst. Deze feiten hebben plaatsgevonden voor de ingangsdatum van die verzekering van 1 september 2022. De verzekering biedt daarom voor beide geschillen geen dekking.
Redelijke uitleg
Zowel uit artikel 2.2 als artikel 6.1 van de voorwaarden volgt dat de feiten die (direct) ten grondslag liggen aan het geschil, binnen de looptijd van de verzekering moeten hebben plaatsgevonden.
Hierbij valt op dat in artikel 2.2 wordt gesproken over “feiten die direct (onderstreping GC) hebben geleid tot dit conflict”, terwijl in artikel 6.1 het woordje “direct” is weggelaten. Hierdoor is er sprake van een onduidelijkheid in de voorwaarden.
Het is niet logisch om eerst dekking te verlenen als de feiten die direct hebben geleid tot het geschil tijdens de looptijd van de verzekering hebben plaatsgevonden, om vervolgens enkele artikelen verderop die dekking te beperken als de feiten die hebben geleid tot het geschil voor het afsluiten van de verzekering hebben plaatsgevonden. Deze uitsluiting ziet immers op alle feiten die tot het geschil hebben geleid en niet alleen de feiten die direct tot het geschil hebben geleid.
Deze onduidelijkheid komt voor rekening van de verzekeraar. Daarbij komt dat naar het oordeel van de commissie de bewoording van artikel 6.1 te algemeen geformuleerd is. Immers zou op grond van deze formulering oneindig terug geredeneerd kunnen worden naar feiten in het verleden die met vele tussenschakels mogelijk geleid zouden kunnen hebben tot het geschil. Op grond van artikel 6:238 lid 2 BW prevaleert daarom de voor de consumenten in dit geval meest gunstige voorwaarde, namelijk artikel 2.2. Hierin is meer concreet weergegeven binnen welke periode de feiten moeten hebben plaatsgevonden.
Gelet op deze definities stelt de commissie vast dat op grond van artikel 2.2. sprake moet zijn van feiten die zonder tussenschakels geleid hebben tot het geschil. Op grond hiervan is de lezing van de consumenten dat de aansprakelijkstelling door de koper het feit is dat direct tot de geschillen heeft geleid, een redelijke lezing. Het is niet de aankoop van de woning in 2017 of de verkoop van de woning in 2020 geweest die het geschil hebben veroorzaakt, maar het handhavende optreden van de gemeente dat voor de koper de reden vormde om de consumenten aansprakelijk te stellen. En dit feit heeft plaatsgevonden binnen de looptijd van de verzekering.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99