Artikel 38c Wet LB voorziet in overgangsrecht met betrekking tot de voortgezette premiebetaling in geval van arbeidsongeschiktheid. Met dit overgangsrecht wordt een reeds bestaande voortgezette premie-inleg gerespecteerd voor pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid die bestond voor de inwerkingtreding van de WTP. Daarnaast wordt ook een voor 1 januari 2029 ingegane voortgezette premie-inleg gerespecteerd voor pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid op grond van een pensioenregeling waaraan op grond van artikel 38q Wet LB is deelgenomen.
Dit is alleen mogelijk als de werknemer niet al deelnemer is geworden aan een pensioenregeling waarop hoofdstuk IIB, Wet LB zoals dat geldt vanaf de inwerkingtreding van de WTP, van toepassing is.
De premie-inleg mag in deze gevallen uitstijgen boven de fiscaal maximale grens van artikel 18a, eerste lid, Wet LB.
Indien een pensioenregeling eenmaal is aangepast aan de WTP en daarna de premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid aanvangt, is het fiscaal niet langer toegestaan om daarbij het oude pensioenstelsel (zoals gold voor 1 juli 2023) toe te passen. Hiermee wordt de pensioenregeling namelijk onzuiver. Dit betekent dat een zieke werknemer die arbeidsongeschikt wordt en die aanspraak kan maken op voorgezette premie-inleg in de oude pensioenregeling die gold op de eerste ziektedag geconfronteerd kan worden met het onzuiver worden van die pensioenregeling.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99