Als dit bedrag lager is dan het eerder aangeslagen verwachte rendement, krijgen zij de teveel betaalde belasting terug. Zij kunnen hierbij gebruik maken van het formulier Opgaaf werkelijk rendement, dat vanaf de zomer beschikbaar komt.
De Wet tegenbewijsregeling is een tijdelijke oplossing tot de in 2028 verwachte Wet werkelijk rendement box 3.
Reparatie op reparatie
Uit het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad bleek in 2021 dat de belastingheffing in box 3 vanaf 2017 in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hiervoor is de Wet rechtsherstel ingevoerd. De Hoge Raad heeft in juni 2024 geoordeeld dat dit rechtsherstel niet in alle gevallen voldoende is. Belastingplichtigen hebben het recht om aan te tonen welk rendement zij werkelijk hebben behaald. De Hoge Raad heeft uitgangspunten gegeven voor het bepalen van het werkelijke rendement. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet deze uitgangspunten van de Hoge Raad omzetten in wetgeving.
Belastingplichtigen hoeven nu nog niets te doen. In de zomer wordt het formulier Opgaaf werkelijk rendement beschikbaar via Mijn Belastingdienst, waarmee het werkelijk rendement vanaf 2017 kan worden aangetoond. De Belastingdienst heeft deze gegevens niet.
De Belastingdienst gaat mensen zo goed mogelijk ondersteunen via brieven en informatie op de website. Mensen die extra hulp nodig hebben bij het invullen van het formulier, kunnen straks ook op verschillende manieren persoonlijke hulp krijgen. Zo kunnen zij bellen met de Belastingtelefoon en als meer ondersteuning nodig is een afspraak maken bij een belastingkantoor of een steunpunt in de buurt. De Belastingdienst zet hier ook extra medewerkers voor in. Vanaf de aangifte over 2025 wordt de mogelijkheid van tegenbewijs opgenomen in de normale aangifte inkomstenbelasting.
In het huidige box 3-stelsel wordt gerekend met een forfaitair rendement. Dit is een vast percentage dat uitgaat van het verwachte rendement over het vermogen in box 3. Deze rendementspercentages worden jaarlijks bijgewerkt, zodat het zo goed mogelijk aansluit bij het werkelijk rendement. Met de tegenbewijsregeling krijgen belastingplichtigen de mogelijkheid om per jaar het werkelijke rendement aan te tonen. Als dit lager is dan het forfait, dan krijgen zij de teveel betaalde belasting terug. Wanneer het rendement hoger is dan het forfait, hoeven zij niets bij te betalen.
Voor het bepalen van het werkelijk rendement voor het aanvullend herstel geeft de Hoge Raad aan dat verliezen niet verrekend kunnen worden met andere kalenderjaren. Ook wordt er geen rekening gehouden met kosten, zoals advieskosten voor de aankoop van beleggingen of onderhoudskosten voor een vakantiewoning. Een waardestijging van een bezitting als gevolg van investeringen, zoals de verbetering of uitbreiding van een vakantiewoning, is geen onderdeel van het rendement.(..)
De Hoge Raad heeft aangegeven dat het eigen gebruik van onroerende zaken, zoals een vakantiehuis, in principe tot het rendement behoort dat wordt belast in box 3. Maar hoe dit rendement bepaald moet worden is ingewikkeld en vereist keuzes van de wetgever. Het kabinet heeft besloten dat dit rendement voor de jaren in het verleden niet hoeft worden opgegeven. Dit gaat over 2017 tot en met 2025. Voor de jaren 2026 en 2027 moet dit wel worden opgegeven bij het leveren van tegenbewijs.
Bron: Rijksoverheid
Het Hof heeft een te beperkte uitleg gegeven aan het begrip werkelijk rendement, aangezien daartoe ook ongerealiseerde waardemutaties behoren. De Hoge Raad verwijst naar rechtsoverweging 5.4.8 van het arrest van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705. De overeenstemming tussen partijen over de omvang van het werkelijke rendement van belanghebbende in 2020 kan niet afdoen aan de gegrondheid van deze klacht, aangezien die overeenstemming slechts betrekking heeft op de omvang van het direct gerealiseerde vermogensrendement, en niet op ongerealiseerde waardemutaties. Over de eventuele omvang daarvan hebben partijen zich (nog) niet uitgelaten. [Zie uitspraak bij downloads]
Bron: Hoge Raad
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99