Om deze vragen te kunnen beantwoorden is een definitie van ‘eigen geld’ van belang. In het artikel wordt verwezen naar een analyse van M. op basis van hun eigen hypotheekportefeuille. De dataset van HDN kent een bredere spreiding en geeft daarmee een completer beeld. HDN en de analyse van M. definiëren beiden ‘eigen inbreng’ als het verschil tussen de hypothecaire lening en de koopsom van de woning.
Bij een woning van € 400.000,- en een hypotheek van € 350.000 wordt de overige € 50.000,- dus gezien als ‘eigen inbreng’. Dit kan gaan om spaargeld, maar ook om een erfenis, een schenking of een familiehypotheek (..).
Bij doorstromers wordt inbreng van overwaarde ook gezien als eigen inbreng.
Dit laatste punt is van belang omdat in het analyse van M. wordt gekeken naar kopers onder de 35 jaar i.p.v. kopers van een eerste woning. De meeste kopers onder de 35 jaar zijn starters, maar er zitten ook doorstromers tussen die overwaarde inbrengen. Bij de cijfers van HDN worden starters wel gedefinieerd als kopers van eerste woning.
Het inbrengen van eigen geld heeft voordelen, want het maakt individuele huishoudens en uiteindelijk Nederland minder kwetsbaar voor fluctuaties op de huizenmarkt. Tegelijkertijd hanteert Nederland een zogenoemde LTV-ratio (Loan to Value) van 100%, wat betekent dat het ook zonder eigen geld mogelijk is om een huis te kopen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99