PriceWaterhouseCoopers bericht dat ondernemers binnen zekere grenzen de mogelijkheid hebben een vermogensbestanddeel, dat zowel in privé als voor de onderneming wordt gebruikt, tot het ondernemingsvermogen of tot het privé-vermogen te rekenen. Denk hierbij aan een bedrijfswoning of personenauto. Een eenmaal gemaakte keuze kan alleen worden herzien als sprake is van een bijzondere omstandigheid, zoals bijvoorbeeld een belangrijke wijziging in de functie van het vermogensbestanddeel. Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft onlangs in een besluit bekendgemaakt dat een lijfrenteverplichting na staking van de onderneming verplicht moet overgaan naar het privé-vermogen. In het algemeen moeten bij staking van een onderneming de activa die behoren tot het ondernemingsvermogen worden overgebracht naar privé, voor zover deze niet aan derden zijn verkocht. Hierop bestaat slechts een uitzondering voor het geval dat sprake is vanuit de ondernemingssfeer stammende onderzekerheden rond de afwikkeling van dat activum. In zodanig geval mag het vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen blijven behoren. De onzekerheid rond de afwikkeling van een lijfrenteverplichting vloeit niet voort uit de ondernemingsuitoefening maar uit de onzekere levensverwachting van het ‘verzekerde lijf’. De stakende ondernemer moet daarom de lijfrenteverplichting op het moment van staking waarderen en vervolgens overbrengen naar privé.
Bron: PriceWaterhouseCoopers, 30-01-2006
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99