De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een garage, die op ongeveer 70 meter van een woning is gelegen en in dezelfde bouwstijl en in hetzelfde jaar is gebouwd als de woning, een aanhorigheid van de eigen woning is.
Belanghebbende heeft op 6 april 2018 een onroerende zaak gekocht aan de [adres] te [plaats] voor een koopprijs van € 825.000. Het perceel omvat een woning, een paardenhouderij en weilanden. In de akte van levering is de onroerende zaak omschreven als een woning met stallen, rijhal, ondergrond en weiland. De bestemming van het gehele perceel was ten tijde van de levering ‘agrarisch bedrijf’. Belanghebbende woont zelf in de woning en houdt een aantal paarden.
In een uitspraak van het gerechtshof wordt nader ingegaan op wat een aanhorigheid is. Dit is van belang door het onderscheid in overdrachtsbelasting (hoge of lage tarief).
In een rechtszaak aangespannen door de eigenaar (X) van een woning en twee garageboxen die een dubbele rioolheffinsaanslag ontving heeft de rechtbank beslist in het voordeel van de eigenaar. De garages maken deel uit van een blok van zeven garageboxen en zijn gelegen aan de achterzijde van de woning. Tussen de woning en de garageboxen ligt een weg. X is voor een zevende deel (per garage) mede-eigenaar van deze weg. Hij kan zijn garages bereiken via de achtertuin, door een poort.
De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de uitspraak van de rechtbank onjuist is. Naar zijn mening dienen de voordelen uit verhuur van een gedeelte van de woning van belanghebbende op grond van artikel 3.113 van de Wet IB 2001 belast te zijn als voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning aan derden. Belanghebbende betwist het standpunt van de inspecteur en concludeert dat de uitspraak van de rechtbank juist is.
De huuropbrengst van de tijdelijke verhuur van een tuinhuis als Bed & Breakfast gedurende 21 dagen moet tot het inkomen uit werk en woning worden gerekend en is daarmee belast in box 1. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en een weiland behoren en waarvan een gedeelte wordt geëxploiteerd als bed & breakfast (B&B).
In geschil is de vraag of het verlaagde overdrachtstarief (2%) ook geldt indien er een ligplaats (grond/ water) behorende bij een woonark wordt aangekocht.
In geschil of de inkomsten uit de verhuur door belanghebbende van een gedeelte van de eigen woning (tuinhuisje, aanhorigheid) via Airbnb belast zijn op grond van artikel 3.113 Wet IB 2001. Niet in geschil is dat de inkomsten uit de tijdelijke verhuur in dit geval niet in aanmerking kunnen worden genomen als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden.
Een relatie van ons heeft zijn garagebox verkocht (aanhorigheid) waarvan de hypotheek als box 1 aangemerkt werd.
Is er sprake van een eigenwoningreserve (woning wordt niet verkocht) en wat is de nieuwe box 1 schuld?
Wat wordt de nieuwe box 1 schuld bij verkoop van bijvoorbeeld de garagebox (aanhorigheid). Hoeveel bedraagt de eigenwoningreserve?
Rekenmodel is ook te gebruiken bij een casus waar sprake is van een samengevoegde woning (voormalige twee onder 1 dak), welke nu weer gesplitst wordt in een reguliere twee onder 1 dak woning.
In een uitspraak van de rechter zijn diverse criteria voor een ‘zelfstandige woning’ weergegeven. Belanghebbende (belastingplichtige met hypotheekrenteaftrekpost) is in het ongelijk gesteld door de rechter.
Een klant woont samen met vriendin in appartement. Geen contract en geen fiscaal partner. Zowel appartement als hypotheek staan enkel en alleen op naam van relatie. Hij voert ook alleen de rente aftrek op in de aangifte.
Het plan is nu om naastgelegen appartement te kopen ; Appartement en hypotheek komen dan op naam van de vriendin.
In principe kan worden gesteld dat dit nieuwe appartement de Eigen Woning voor de vriendin is.
Er wordt een tussendeur geplaatst ;
In hoeverre heeft dit fiscaal gevolgen ?
Blijft het (fiscaal) de eigen woning voor de vriendin?
Of wordt het gezien als tweede woning (ondanks dat de vriendin weliswaar nog geen woning heeft?)
Stel dat ze gaan trouwen ; KUNNEN de woningen dan door die diezelfde tussendeur dan ineens wel worden samengevoegd tot een gezamenlijke eigen woning?
Als een stuk grond of een bijgebouw naar maatschappelijke opvatting bij de eigen woning behoort, kan men hiervoor in aanmerking komen voor renteaftrek. Fiscaaltechnisch heet dat "aanhorigheid".
Een los schuurtje of garage die naar maatschappelijke opvattingen bij een eigen woning hoort, wordt ook fiscaal daartoe gerekend. Dit betekent onder andere dat de daarop betrekking hebbende financieringsrente fiscaal aftrekbaar is. Fiscaal spreekt men in dit verband van aanhorigheid. Hierbij kan er sprake zijn van twijfelgevallen. Zo was er een man met maar liefst zes garageboxen. Hij had gelijktijdig met zijn woonhuis één garagebox gekocht. In de jaren daarna heeft hij nog vijf liggende garageboxen op hetzelfde complex aangeschaft. Het woonhuis is een tussenwoning in een rij van zes woningen. Gelijktijdig met de bouw van deze woningen zijn aan een pleintje aaneengebouwde garageboxen gebouwd. Bij de bouw van de boxen is dezelfde steensoort gebruikt als bij de bouw van de woningen. De boxen zijn ongeveer 6 x 3 meter groot. Iedere box heeft een eigen kadastraal nummer en is los van de omliggende woonhuizen te verkopen of te verhuren. Via de achtertuin van zijn woning en een achtergelegen pad van ongeveer 1,5 meter breedte is het plein met de garageboxen te bereiken. Het pad is gemeenschappelijk eigendom van de aan dit pad gelegen woningen. De afstand van de achtertuin van het woonhuis tot de garageboxen varieert van 15 tot 40 meter.
Het is van algemene bekendheid dat slechts voor één woning renteaftrek kan plaatsvinden. Nu hangt de belastingwet van uitzonderingen aan elkaar. Er zijn drie zogenaamde overbruggingsregelingen op grond waarvan tijdelijk voor meerdere woningen renteaftrek kan worden geclaimd: voor het voormalige hoofdverblijf dat leeg te koop staat, voor het toekomstige hoofdverblijf dat verbouwd wordt of in aanbouw is en voor de woning die de belastingplichtige heeft verlaten omdat hij ruzie heeft gekregen met zijn partner. Over deze regelingen gaat dit artikel niet. Iemand die naast zijn hoofdverblijf een vakantiewoning heeft, kan de financieringsrente voor de vakantiewoning niet aftrekken. Als iemand het leuk vindt om 50% van zijn tijd in woning 1 te verblijven en 50% in woning 2, moet hij kiezen welke woning hij als eigen woning aangemerkt wil zien. Lees: voor welke woning hij de rente wil aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting. Recent is een bijzondere casus voorgelegd aan de belastingrechter.
Cliënt woont in de (autovrije) binnenstad waar dus ook geen parkeerplaatsen voor de auto beschikbaar zijn. Buiten de ring (op loopafstand) kan hij een parkeerplaats kopen? Valt deze onder de Eigen Woning ? Zo ja, is een tweede parkeerplaats voor de echtgenote dan ook nog Eigen Woning?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.