Het kabinet houdt fiscale regelingen tegen het licht, om zo het belastingstelsel eenvoudiger te kunnen maken. Hierbij wordt er gekeken of de fiscale regelingen nog maatschappelijk en economisch te verantwoorden zijn en of een regeling op een efficiënte manier bijdraagt aan het beoogde doel.
Per 1 januari 2021 wijzigen de bijstandsnormen. Als gevolg hiervan wijzigen ook de normbedragen voor de kosten van bestaan bij de kwijtschelding van belastingen.
De diverse wetten met ingang van 1 januari 2021 zijn gepubliceerd. O.a. de 'Wet aanpassing box 3', 'Wet differentiatie overdrachtsbelasting' en 'Belastingplan 2021'.
Per 1 januari 2021 zijn allerlei bedragen, percentages en aantallen in de SZW-regelgeving herzien. In deze verzamelregeling zijn de nieuwe bedragen gepubliceerd, zoals voorgeschreven door de genoemde regelgeving. De wijzigingen van alle bedragen zijn zo veel mogelijk gebundeld. In tegenstelling tot voorgaande jaren is in deze regeling ook de vaststelling van de aantallen beschut werk voor het jaar 2021 opgenomen.
Op 15 december 2020 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2021. De wet kan niet eerder in werking treden dan nadat de Koning deze heeft goedgekeurd en de wet ook is gepubliceerd.
Staatssecretaris Vijlbrief stuurde de Eerste Kamer de memories van antwoord met betrekking tot de wetsvoorstellen behorende tot het pakket Belastingplan 2021 en het wetsvoorstel Wet beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling.
De belastingdienst heeft de voorlopige bedragen opgenomen van de voor 2021 geldende AOW-franchises, AOW-bedragen van artikel 10aa UBLB en het maximum pensioengevend loon.
Het bijdrageloon, bedoeld in artikel 42 van de Zvw, dat voor heffing van de IAB ten hoogste in aanmerking wordt genomen, bedraagt voor het jaar 2021 € 58.311. Dit bedrag is gelijk aan het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen dat bij en krachtens artikel 17, eerste lid, eerste zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is geregeld voor het jaar 2021.
Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de basispremie Aof voor de kinderopvangtoeslag. Daarnaast wordt het maximumpremieloon vastgesteld voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Tot slot wordt de loongrens voor indeling in de sector grootwinkelbedrijf geïndexeerd.
Op 1 januari van elk jaar worden op grond van artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag (hierna: Wht) bij ministeriële regeling zowel de inkomensgerelateerde parameters als de huurgerelateerde parameters van die wet gewijzigd of opnieuw vastgesteld. Deze regeling voorziet daarin voor het jaar 2021. De Regeling huurtoeslaggrenzen 2021 is vastgesteld overeenkomstig de Wht zoals die luidt op 1 januari 2021.
De wettelijke indexering van het ewf-percentage vindt plaats aan de hand van de ontwikkeling van het indexcijfer van de woninghuren (stijging van 2,9% voor vaststelling percentage 2021) en de ontwikkeling van de woningwaarden (stijging van 7,3% voor vaststelling percentage 2021).
De Tweede Kamer heeft het Belastingplan 2021 aangenomen. Tevens zijn diverse amendementen ingetrokken, verworpen, of aangenomen. Zo is er een amendement aangenomen met een tijdelijke verhoging van de schenkvrijstelling.
De geraamde gemiddelde nominale premie, bedoeld in artikel 2b, eerste lid, van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt voor het jaar 2021 vastgesteld op € 1.473.
Dit besluit verhoogt een aantal aansprakelijkheidslimieten in het personenvervoer. Beperking van aansprakelijkheid is gebruikelijk in het vervoerrecht. Het risico van de vervoerder is daardoor beter te verzekeren, omdat de maximale schadevergoeding te berekenen is.
De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.
Jaarlijks worden de maximum uurprijzen van de kinderopvangtoeslag met ingang van 1 januari geïndexeerd. De indexatie is een gewogen gemiddelde van de ontwikkeling van de loonvoet bedrijven (80%) en de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (20%).
Met ingang van 1 januari 2021 zullen uitkeringen voor levensonderhoud weer automatisch worden aangepast. Het percentage waarmee de bestaande, vastgestelde of gewijzigde alimentaties zullen worden verhoogd, is vastgesteld op 3.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.