De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of het na het invoeren van de WTP per 1 juli 2023 binnen de fiscale pensioenregels nog mogelijk is om een nieuwe premieregeling in te voeren met een met de leeftijd oplopend premiepercentage.
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft een vraag en antwoord gepubliceerd.
Minister C.J. Schouten heeft de Tweede Kamer de conceptregelingen behorende bij het wetsvoorstel toekomst pensioenen toegezonden. Het betreft de conceptregeling toekomst pensioenen en de conceptregeling vrijstellingen Wet Bpf2000.
U heeft pensioen opgebouwd in een beschikbare premieregeling: gedurende uw dienstverband is er een bepaald kapitaal opgebouwd waarvoor u nu zelf een pensioenuitkering moet aankopen. De offerte van de verzekeraar met daarin de hoogte van uw toekomstige maandelijkse pensioenuitkering valt echter nogal tegen. U wilt weten of u hier iets tegen kunt ondernemen.
Is het fiscaal toegestaan om de in het beschikbare-premiedeel van een pensioenregeling opgebouwde pensioenrechten om te zetten in pensioenrechten op basis van het eindloon- of middelloonstelsel?
In een tweetal besluiten zijn eerder uitgebrachte besluiten geactualiseerd.
Daarnaast heeft Minister Koolmees de Eerste Kamer geïnformeerd over een mogelijk onderzoek naar een overbruggingspensioen.
De Belastingdienst heeft in een vraag & antwoord een voorlopige aangepaste premiestaffel gegeven.
In artikel 18a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst na het invoeren van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen) is bepaald dat de in artikel 18a, zesde lid, Wet LB genoemde pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd afhankelijk van de door het CBS vast te stellen ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. In artikel II, onderdeel B, van het besluit van 21 december 2016 tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen (Staatsblad 2016-549) is aangegeven dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 zal worden verhoogd naar 68 jaar.
De Belastingdienst heeft 10 vragen en antwoorden gepubliceerd over pensioenen. Zo worden o.a. vragen beantwoord over de AOW-inbouw, beschikbare premieregeling, omzettingen en opbouwpercentages.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 17 februari 2014, nr. BLKB2014/2132M (Stcrt. 2014, 36872). Het besluit bevat tevens een uitbreiding van de toegelaten verzekeraars en een gewijzigde eventtoets (zie bijlage IV en V).
Op 1 september 2016 is de ‘Wet verbeterde premieregeling’ (Wvp) in werking getreden. Deze wet introduceert voor een deelnemer aan een premieovereenkomst een keuzemogelijkheid tussen een vastgestelde of een variabele pensioenuitkering. Naar aanleiding van de Wvp is de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in gesprek getreden met een aantal pensioenuitvoerders dat naar verwachting een variabel uitkeringsproduct gaat aanbieden.
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel verbeterde premieregeling in de Eerste Kamer zijn vragen gesteld over de financiële gevolgen van een overstap op een lifecycle beleggingsmix voor deelnemers die reeds geruime tijd deelnemen aan een beschikbare premieregeling waarin een vaste beleggingsmix wordt gehanteerd. Dit rapport bevat de uitkomsten van het onderzoek naar deze gevolgen.
In het eerder gepubliceerde ontwerpbesluit 'Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling' zijn enkele wijzigingen aangebracht. In een Kamerbrief geeft staatssecretaris Klijnsma de diverse wijzigen weer.
De Eerste Kamer heeft op dinsdag 14 juni 2016 het Initiatiefvoorstel Wet verbeterde premieregeling aangenomen. Een gewijzigde motie in over onderzoek naar de manier waarop pensioenfondsen hun deelnemers variabele uitkeringen kunnen bieden in het geval van vrijwillige pensioenregelingen is aangenomen.
Staatssecretaris J. Klijnsma heeft antwoorden gegeven op Kamervragen in verband met de wijziging van de regeling voor nettopensioen. Ook wordt nog een 'tip' gegeven voor deelnemers aan de nettopensioenregeling, die in de toekomst gaan emigreren.
Staatssecretaris Klijnsma heeft in een Kamerbrief aan de Tweede Kamer een uitgebreide toelichting gegeven over het wetsvoorstel verbeterde premieregeling.
Staatssecretaris Klijnsma heeft de Eerste Kamer antwoorden gegeven op vragen gesteld aan de regering in het nader verslag van wetsvoorstel verbeterde premieregeling.
Staatssecretaris J. Klijnsma en Kamerlid W.J.H. Lodders hebben uitgebreid antwoorden gegeven op het wetsvoorstel verbeterde premieregeling.
Het voorstel strekt tot een verbetering van het als te beperkend ervaren wettelijk kader voor premie- en kapitaalovereenkomsten (premieregelingen). Door de voorgestelde wijzigingen kan pensioenkapitaal dat in het kader van een premieregeling is opgebouwd, in de uitkeringsfase (deels) risicodragend worden belegd. Doorbeleggen leidt naar verwachting tot een hoger pensioenresultaat en maakt het pensioen minder afhankelijk van de rentestand op pensioendatum.
Naar aanleiding van het overleg met vertegenwoordigers van het pensioenveld is het overgangsrecht aangevuld (artikel I, onderdeel H). Dit artikel bepaalt onder meer dat de verplichting om het opgebouwde kapitaal in de opbouwfase volgens het life cycle principe te beleggen, uiterlijk 1 januari 2018 zal gaan gelden voor vrijwillige premieregelingen die door pensioenfondsen worden uitgevoerd als aanvullende voorziening (excedent-regeling) bovenop een basisregeling met het karakter van een uitkeringsovereenkomst.
Mensen die pensioen opbouwen via een premie- of een kapitaalovereenkomst mogen binnenkort zelf kiezen of ze een vast of een flexibel pensioen willen ontvangen. Hierdoor hoeven ze niet meer verplicht hun opgebouwde pensioenkapitaal op een vast moment om te zetten in een levenslang vast pensioen.
De komende weken staan nog diverse wetsvoorstellen op stapel. Bij de Eerste Kamer ligt het wetsvoorstel Pensioencommunicatie en bij de Tweede Kamer zal op korte termijn het wetsvoorstel Algemeen pensioenfonds behandeld worden. Daarnaast heeft het kabinet nog een wetsvoorstel in voorbereiding om opgebouwde pensioenafspraken in de derde pijler buiten beschouwing te laten voor de vermogenstoets van de bijstand, een wetsvoorstel ter wijziging van de WOR en een Amvb op het terrein van waardeoverdracht in verband met het vervallen van de 6 maandentermijn.
Mensen met een premieovereenkomst moeten een beter pensioen kunnen opbouwen. Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daartoe vandaag in de hoofdlijnennota ‘Optimalisering wettelijke kader premieovereenkomsten’ een aantal verbetervoorstellen gedaan.
Deelnemers in premieovereenkomsten (ook wel BPR-regelingen genoemd) krijgen de mogelijkheid om ook na pensioendatum te blijven beleggen. Een welkome verbetering van een regeling die de afgelopen jaren sterk in opkomst is. Dat stelt het Verbond van Verzekeraars in reactie op een brief van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer.
Een werknemer heeft een beschikbare-premieregeling. Het met de ingelegde premies behaalde rendement valt tegen. Hierdoor is het uiteindelijk aan te kopen pensioen lager dan verwacht. Is het mogelijk om extra bedragen te storten in de beschikbare-premieregeling om het tegenvallende rendement te compenseren?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.