De verordening heeft tot doel investeringen in duurzame activiteiten te stimuleren door de invoering van geharmoniseerde normen voor ecologisch duurzame obligaties. Het besluit stelt eisen aan instellingen die willen voldoen aan de EU-standaard en daarmee een duurzame obligatie mogen uitgeven met het label «Europese groene obligatie» of «EuGB».
Deze algemene maatregel van bestuur strekt tezamen met de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten tot implementatie van de toegankelijkheidsrichtlijn.
Dit besluit is een verzamelbesluit waarmee wijzigingen worden aangebracht in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo), het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr), het Besluit financiële markten BES, alsmede enige andere besluiten op het terrein van de financiële markten.
Dit besluit wijzigt het BGfo, het Bbbfs en het Besluit marktmisbruik Wft. De wijzigingen van het BGfo hebben onder meer betrekking op het productontwikkelingsproces.
Het besluit strekt tezamen met de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten tot implementatie van de toegankelijkheidsrichtlijn.
Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt gewijzigd op een aantal onderdelen rondom duurzaamheidsrisico's.
Onder duurzaamheidsrisico wordt verstaan een gebeurtenis of omstandigheid op ecologisch, sociaal of governancegebied die, indien deze zich voordoet, een werkelijk of mogelijk wezenlijk negatief effect op de waarde van de belegging kan veroorzaken.
Dit besluit wijzigt het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) ten behoeve van de introductie van de vergelijkingskaart financiële dienstverleners. De vergelijkingskaart vervangt het dienstverleningsdocument als informatiedocument dat financiële dienstverleners zoals adviseurs en aanbieders aan consumenten moeten vertrekken.
Gelet op de beperkte belangstelling voor de EVC-procedures, de beperkte mogelijkheden voor het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) om de inhoudelijke kwaliteit van de vakbekwaamheidseisen te waarborgen en de hoge toezichtkosten van EVC-examens in vergelijking tot reguliere examens, strekt dit wijzigingsbesluit ertoe de EVC-procedure te laten vervallen.
Gezien de situatie in Oekraïne is het sanctieregime door de Europese Unie (EU) gewijzigd ten aanzien van beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen.
Dit ontwerpbesluit wijzigt het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector ter implementatie van richtlijn (EU) 2021/2261 tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)
In verband met het aflopen van de rentevastperiode voor de hypothecaire geldlening van de consument, heeft de bank iets meer dan drie maanden daarvoor een rentevoorstel uitgebracht aan de consument.
Dit besluit is een verzamelbesluit waarmee wijzigingen worden aangebracht in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo), het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr), het Besluit financiële markten BES, alsmede enige andere besluiten op het terrein van de financiële markten.
Zo wordt o.a. provisietransparantie schadeverzekeringen en 'digitaal advies' behandeld.
Met het besluit tot wijziging van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen in verband met het vervallen van de EVC-procedure voor de erkenning van verworven competenties komt de mogelijkheid tot het aantonen van vakbekwaamheid door financieel adviseurs met de EVC-procedure te vervallen.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) gaat vervolgonderzoek doen naar het melden van incidenten door asset managers. De reden is het uitblijven van een stijging van het aantal incidentmeldingen ondanks herhaalde aansporingen.
Nevenverzekeringstussenpersonen zijn vrijgesteld van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft met uitzondering van de artikelen die worden genoemd in artikel 47, vierde en vijfde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft. Gebleken is dat artikel 10, derde lid, eerste alinea, jo. artikel 10, derde lid, vierde alinea, van de richtlijn verzekeringsdistributie niet is geïmplementeerd in nationale wetgeving.
Geldlener wil zijn drie hypothecaire geldleningen bij de Stichting oversluiten. De Stichting wil alleen meewerken aan doorhaling van de hypotheekinschrijvingen in de openbare registers als geldlener – naast de uitstaande bedragen – ook de contractuele boeterente voldoet, omdat de aflossing enkele weken eerder plaats zal vinden dan overeengekomen. Volgens geldlener is die boeterente niet of slechts gedeeltelijk verschuldigd.
Het productontwikkelings- en evaluatieproces moet ervoor zorgen dat een consument een voor hem of haar kostenefficiënt, veilig, nuttig en begrijpelijk financieel product aanschaft, dat waar voor zijn geld biedt. In de periode 2005-2010 constateerde de AFM meermaals dat dit proces bij verschillende productaanbieders niet goed georganiseerd was en er producten in de markt werden gezet, waarbij de klant niet voldoende centraal stond.
De nazorgplicht gaat niet zo ver dat een financieel adviseur een consument moet informeren over de premiedalingen van overlijdensrisicoverzekeringen. Dat concludeert de Commissie van Beroep van Kifid in een gepubliceerde uitspraak.
Consument stelt zich op het standpunt dat hij eerder advieskosten heeft betaald voor de verhoging van de geldlening, dat de verhoging van € 50.000,- voortvloeit uit het vorige advies en dat hij zelf alles in detail had voorbereid.
Tevens heeft Consument een klacht over het niet doorvoeren van een renteverlaging gedurende de periode van het renteverlengingsvoorstel.
Dit besluit is een verzamelbesluit waarmee wijzigingen worden aangebracht in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo), het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft, het Besluit toezicht accountantsorganisaties, alsmede enige andere besluiten op het terrein van de financiële markten.
Consument heeft een hypothecaire geldlening. Vanwege de aanstaande afloop van de rentevastperiode heeft de Bank aan Consument een nieuw renteaanbod uitgebracht voor een nieuwe rentevastperiode. In de periode van het aanbod en verlengingsdatum is de rente gedaald. Consument wenst deze verlaging doorgevoerd te krijgen.
De richtlijn hypothecair krediet regelt dat aanbieders van hypothecair krediet aan consumenten geen vergoeding in rekening mogen brengen voor vervroegde aflossing van het krediet die hoger is dan het financiële nadeel dat de aanbieder als gevolg daarvan heeft. Deze bepaling is in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) geïmplementeerd.
In verband met het doorvoeren van wijzigingen naar aanleiding van de analyse van het vakbekwaamheidsbouwwerk is een wijzigingsbesluit gepubliceerd.
De eerste wijziging is dat de module Basis niet langer als beroepskwalificatie «adviseur Basis» wordt aangeduid, maar alleen als «module Basis». In de praktijk levert het diploma Adviseur basis geen adviesbevoegdheid op, terwijl de titel Adviseur basis dat wel suggereert. Met de wijziging wordt eventuele verwarring hierover weggenomen en wordt aangesloten bij de praktijk.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.