De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord hoe het eigenwoningforfait moet worden bepaald als een belastingplichtige zich niet gelijktijdig met de verhuizing inschrijft op het woonadres van de nieuwe woning in de basisregistratie personen.
Dit is een verzamelbesluit op het gebied van de financiële markten. Het besluit bevat onderwerpen die te klein zijn voor een apart besluit. De belangrijkste onderwerpen van dit besluit zijn:
Partijen verschillen van mening of woning gebrekkig is. Zij sluiten een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting. Vallen nieuwe gebreken ook onder de finale kwijting?
Vader en moeder (gehuwd en hierna; ouders) willen samen met hun twee zoons een gebouw kopen om in te gaan wonen. In het gebouw komen drie woonruimten, één voor de ouders en de zonen krijgen ook elk één woonruimte. De ouders worden voor 50% eigenaar, zoon 1 voor 25% en zoon 2 ook voor 25%.
Op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) wordt onder een partner mede verstaan degene die op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen en die samen met de belastingplichtige een woning heeft, die hun anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van eigendom, waaronder begrepen economische eigendom, of op grond van een recht van lidmaatschap van een coöperatie.
De Kennisgroep Toeslagen heeft een standpunt ingenomen over partnerschap bij mede-eigendom van de woning op grond van artikel 3, 2e lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de verhuisregeling van artikel 3.111, tweede lid, Wet IB 2001 van toepassing is op een buitenlandse woning.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een schuld weer als bestaande eigenwoningschuld kwalificeert, als een belastingplichtige met een eigen woning en een bestaande eigenwoningschuld na 31 december 2012 naar een huurwoning verhuist en vervolgens na een aantal jaren de oude woning weer als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Eiseres woont bij haar ouders. De achterburen van haar ouders zijn in de zomer van 2021 ingeloot in een nieuwbouwproject en wilden in verband daarmee hun woning verkopen. Aangezien eiseres graag in dezelfde wijk als haar ouders wilde gaan wonen, de woningmarkt medio 2021 zeer gespannen was en haar vriend uit het buitenland zou terugkeren, is door eiseres en haar vader – elk voor de helft – een koopovereenkomst gesloten met de achterburen voor de koop van een woning aan de [adres] te [plaats] (de woning).
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de woning in Nederland een eigen woning is voor de belastingplichtige als hij samen met zijn fiscale partner een eigen woning in Nederland heeft, hij vervolgens zijn hoofdverblijf verplaatst naar een huurwoning in het buitenland omdat hij wordt uitgezonden en tijdens de duur van de uitzending sprake blijft van fiscaal partnerschap.
Eiser vordert in deze procedure verdeling van de woning waarvan hij en zijn tweelingbroer (gedaagde) ieder voor de helft eigenaar van zijn. Ook vordert eiser een veroordeling van gedaagde tot betaling van een gebruiksvergoeding.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de aflossingsvrije lening die vóór 2013 voor een in het buitenland gelegen woning is aangegaan als een bestaande eigenwoningschuld kan worden aangemerkt vanaf het moment dat belastingplichtige een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is.
Is de vergoeding die wordt betaald door de man aan de vrouw voor het tijdelijk voortzetten van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor een schuld aftrekbaar?
Dit besluit is een samenvoeging van vijf eerdere besluiten over winstbepaling voor de totaalwinst. Daarnaast is het besluit inhoudelijk en redactioneel aangepast.
Belanghebbende en zijn echtgenote hebben samen 35% van een woning in onverdeelde eigendom. De woning bestaat uit twee bouwkundig gesplitste delen, waarvan belanghebbende en zijn echtgenote er een bewonen. De waardeontwikkeling van het 35%-aandeel in de woning gaat belanghebbende en zijn echtgenote volledig aan, zodat de waardeverandering de belastingplichtige of zijn partner grotendeels aangaat.
In 2021 heeft het ministerie van BZK in een kort tijdsbestek een regeling voor de aanpak van de particuliere voorraad in kwetsbare gebieden opgezet en tot uitvoering gebracht: het Volkshuisvestingsfonds (VHF).
Belastingdienst en Toeslagen organiseren op donderdag 3 februari 2022 van 19.30 tot 20.45 uur het webinar Scheiden of uit elkaar gaan om u te informeren en antwoord te geven op uw vragen.
Het afschaffen van de hypotheekrente en het belasten van het eigen woningvermogen in box 3 heeft grote gevolgen voor de inkomensverdeling in Nederland.
Dit concludeert het EIB in de verschenen notitie ‘Fiscale hervorming van het eigenwoningbezit: afschaffen hypotheekrenteaftrek en overhevelen eigen woning naar box 3’.
Minister K.H. Ollongren geeft in een Kamerbrief de stand van zaken weer over woningtaxaties (hybride) en geeft antwoord op Kamervragen over de kosten van woningtaxaties.
Bijna 6 op de 10 huishoudens hadden een eigen woning in 2019. Het eigenwoningbezit is sinds 2008 vrij constant. De eigen woning vormde in 2019 met 57 procent van de bezittingen het grootste vermogensbestanddeel. Prijsstijgingen en -dalingen van woningen hebben daardoor grote invloed op het vermogen van huishoudens. Daarna volgen het aanmerkelijk belang (15 procent) en bank- en spaartegoeden (12 procent).
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.