De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft een vraag beantwoord over het opnemen van een clausule in de voorwaarden van een lijfrenterekening die inhoudt dat de lijfrente automatisch wordt afgekocht voordat de wettelijke termijn is overschreden.
De consument heeft zijn levensverzekering met een garantiekapitaal in 1998 omgezet naar een beleggingsverzekering. Hierdoor is het garantiekapitaal komen te vervallen. Uiteindelijk heeft de verzekering minder opgebracht dan het aanvankelijke garantiekapitaal.
Geëmigreerde klanten die hun lijfrente willen omzetten in een periodieke uitkering, kunnen voortaan ook terecht bij andere verzekeraars, zonder dat dit nadelige fiscale gevolgen heeft. Dat hebben het Verbond van Verzekeraars, DNB, het ministerie van Financiën en de Belastingdienst afgesproken.
Een relatie van ons kantoor heeft een KEW. Als gevolg van een verhuizing is sprake van een herfinanciering bij een andere geldverstrekker. Echter, de nieuwe geldverstrekker ‘accepteert’ geen KEW als verpanding. Relatie wenst de KEW ook niet af te kopen, maar wil deze vanwege rendement/ garantie nog een paar jaar door laten lopen tot de oorspronkelijke einddatum. Kan dit fiscaal?
De Commissie oordeelt dat Verzekeraar Consument voldoende heeft ingelicht over de fiscale consequenties van de premievrijmaking van de Verzekering voordat een periode van 15 jaar is verstreken.
Een adviseur heeft verzuimd om schriftelijk vast te leggen dat Consument was geïnformeerd over de verschillende aanwendingsmogelijkheden van het lijfrentekapitaal, waaronder de constructie waarbij het fiscale regime van vóór 1992 behouden kon worden.
De fiscale wet- en regelgeving stelt bij de expiratie van een pensioen- of loonstamrechtpolis of bij de deblokkering van een loonstamrechtspaarrekening of een loonstamrechtbeleggingsrecht een uiterst tijdstip voor de aankoop van een recht op pensioen- of loonstamrechtuitkeringen.
Welke fiscale gevolgen verbindt de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) aan het verstrijken van dit uiterste tijdstip, dan wel van de redelijke termijn voor de aankoop van een recht op pensioen- of loonstamrechtuitkeringen?
Dit besluit wijzigt het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) in verband met het doorvoeren van de aanbevelingen die het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) heeft gedaan naar aanleiding van de analyse van het vakbekwaamheidsbouwwerk.
In de praktijk blijkt behoefte te bestaan aan meer duidelijkheid over de redelijke fiscale termijn voor de aankoop van een recht op pensioen- of stamrechtuitkeringen bij de expiratie van een pensioen- of stamrechtpolis of bij de deblokkering van een stamrechtspaarrekening of een stamrechtbeleggingsrecht. Bij een dergelijke expiratie of deblokkering hebben belanghebbenden een redelijke termijn nodig voor oriëntatie en voor de beoordeling van eventuele offertes.
Wat is in deze situaties een redelijke termijn na de overeengekomen expiratiedatum of overeengekomen datum van deblokkering waarbinnen de uitkeringen moeten zijn ingegaan?
Een consument heeft een klacht ingediend bij Kifid met de vraag of de adviseur na expiratie van de onderhavige lijfrenteverzekering en de uitbetaling van een gedeelte van het vrijgevallen kapitaal de consument meer actief had moeten begeleiden voor wat betreft de bestemming van het resterende kapitaal.
Een consument heeft bij Kifid een klacht ingediend vanwege het 'verzuim' (volgens consument) van zijn adviseur. De adviseur had verzekeringnemer moeten attenderen op het feit dat de uitkering voor expiratie nog fors kon dalen als gevolg van koerswisselingen en dat de mogelijkheid bestond om de verzekering om te zetten naar een minder risicovolle belegging.
Dit besluit wijzigt het besluit over de kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning, het beleggingsrecht eigen woning en vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3 van 6 december 2014, BLKB 2014/1763M.
De zes grootste verzekeraars hebben ten opzichte van 2013 de informatieverstrekking aan consumenten over expirerende lijfrentes verbeterd, zo blijkt uit nieuw onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Consumenten met een lijfrentepolis moeten er op kunnen rekenen dat zij tenminste drie maanden voordat de polis tot uitkering komt, worden geïnformeerd over mogelijke alternatieven. Op die manier willen verzekeraars zeker stellen dat klanten voldoende tijd krijgen om zich te oriënteren.
De sector reageert hiermee op een onderzoek van de AFM waaruit bleek dat de termijn voor verkenning van de mogelijkheden op dit moment niet altijd toereikend is.
Het gerechtshof te Amsterdam heeft een uitspraak gedaan over het moment van belastingheffing bij een lijfrenteverzekering die geëxpireerd is.
De verzekeringnemer heeft bij een expiratie van een lijfrenteverzekering de keus om de einddatum uit te stellen, of er een direct ingaande lijfrente voor aan te kopen. Hier geeft de wetgever een redelijke termijn voor (zie ook art. 3.133, lid 3 Wet IB 2001).
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.