De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of bij een inwonende au pair sprake is van fiscaal partnerschap.
{Fintool: in de praktijk een 'overbodige vraag', want antwoord is "Nee". Maar de verdere uitwerking omtrent huurovereenkomst kan wel praktischer zijn.]
De Kennisgroep Toeslagen heeft een standpunt ingenomen over de vraag of er voor partnerschap op basis van het voorafgaand jaar sprake moet zijn van een aaneensluitende periode van inschrijving op hetzelfde woonadres in de Basisregistratie Personen (BRP).
Belanghebbende is geregistreerd partner van X. Belanghebbende en X hebben een LAT-relatie en ieder een eigen koopwoning. Belanghebbende is het er niet mee eens dat slechts één van beide woningen in de eigenwoningregeling in box I kan worden opgenomen. Volgens haar is sprake van een ‘trouwboete’.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een vraag beantwoord over de schriftelijke kennisgeving om, in situaties waarin een van de fiscale partners vanwege medische redenen wordt opgenomen in een verpleeghuis, het fiscaal partnerschap te beëindigen.
De Belastingdienst heeft de vraag beantwoord of fiscale partners bij navordering van te veel verleend rechtsherstel box 3, vanwege de correctie van de onjuiste opgave van beleggingen als spaargeld, een nieuwe toedeling van de gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen mogen kiezen wanneer de aanslagen van beide partners reeds onherroepelijk vaststaan.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of een beschikking restant persoonsgebonden aftrek van een overleden belastingplichtige in het daaropvolgende belastingjaar door de voormalige fiscaal partner in aanmerking kan worden genomen als persoonsgebonden aftrek.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of een belastingplichtige en haar vader als fiscale partners voor de Wet inkomstenbelasting 2001 kwalificeren wanneer zij op hetzelfde woonadres in de Basisregistratie Personen staan ingeschreven en een notariële samenwoonovereenkomst hebben gesloten.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst en Kennisgroep formeel recht hebben de vraag beantwoord of en zo ja, tot welk moment fiscale partners in de inkomstenbelasting kunnen terugkomen op een gekozen onderlinge verhouding van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, indien een van beide partners geen aangifte heeft ingediend en bij diegene ook geen definitieve aanslag is vastgesteld.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of de partnerschapsfictie voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting van toepassing is wanneer een kind en de belastingplichtige (ouder van het kind) niet staan ingeschreven op een woonadres in de Basisregistratie Personen.
Twee ongehuwde belastingplichtigen wonen samen in een huurwoning. Zij voldoen aan geen van de criteria van artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) of artikel 1.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001). Zij zijn daardoor geen fiscaal partners van elkaar.
Vader en moeder (gehuwd en hierna; ouders) willen samen met hun twee zoons een gebouw kopen om in te gaan wonen. In het gebouw komen drie woonruimten, één voor de ouders en de zonen krijgen ook elk één woonruimte. De ouders worden voor 50% eigenaar, zoon 1 voor 25% en zoon 2 ook voor 25%.
Op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) wordt onder een partner mede verstaan degene die op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen en die samen met de belastingplichtige een woning heeft, die hun anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van eigendom, waaronder begrepen economische eigendom, of op grond van een recht van lidmaatschap van een coöperatie.
De Kennisgroep Toeslagen heeft een standpunt ingenomen over partnerschap bij mede-eigendom van de woning op grond van artikel 3, 2e lid van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).
Een echtpaar dient op 11 november 2021 een verzoek tot echtscheiding in bij de rechtbank. Op dezelfde datum wordt één van de twee belastingplichtigen uitgeschreven op het woonadres in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Vervolgens verklaart de rechtbank het echtscheidingsverzoek op 1 maart 2022 niet-ontvankelijk. De niet-ontvankelijkverklaring is op 1 juni 2022 onherroepelijk geworden. Belastingplichtige en zijn ex-partner blijven ook na 1 maart 2022 op een ander woonadres in de BRP ingeschreven staan.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of fiscale partners die niet duurzaam gescheiden leven en die twee woningen in eigendom hebben, waarbij ieder een andere woning als hoofdverblijf heeft, beiden in hun aangifte inkomstenbelasting hun woning als hoofdverblijf kunnen aanmerken.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of sprake kan zijn van fiscaal partnerschap in het geval een werknemer zijn of haar partner niet heeft aangemeld bij de pensioenuitvoerder voor een nabestaandenpensioen op basis van een onbepaald partnersysteem.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord wat de gevolgen voor het fiscaal partnerschap zijn bij drie meerderjarige belastingplichtigen op een woonadres.
In de vorige beleids- en uitvoeringsagenda heb ik (staatssecretaris Marnix L.A. van Rij) aangegeven een visie op de eigenwoningregeling te willen te ontwikkelen. Ik wil in deze visie inzichtelijk maken wat de bevindingen van het onderzoek naar de fiscale regelingen, de beleidsdoorlichting Woningmarkt en de reeds bestaande onderzoeken in samenhang betekenen. Ik streef ernaar om mijn visie in de loop van 2024 aan uw Kamer te doen toekomen.
Belastingdienst en Toeslagen organiseren op donderdag 8 september 2022 van 19.30 tot 20.45 uur het webinar 'Scheiden of uit elkaar gaan' om u te informeren en antwoord te geven op uw vragen.
Belastingplichtige en zijn fiscale partner kopen samen hun eerste woning. Belastingplichtige betaalt zijn deel van de woning volledig uit eigen middelen. De fiscale partner betaalt zijn deel van de woning door een lening aan te gaan bij belastingplichtige. Na verloop van tijd herfinanciert de fiscale partner deze lening bij een bank. Kan deze lening bij de bank als eigenwoningschuld worden aangemerkt?
Belastingplichtige heeft een lening bij een familielid afgesloten voor de verwerving van zijn woning. Deze lening kan alleen een eigenwoningschuld zijn als hij hierover jaarlijks in de aangifte de vereiste gegevens verstrekt. Belastingplichtige verzuimt zowel de betaalde rente als de gegevens van deze lening in zijn aangifte te vermelden. Hij gaat op tijd in bezwaar tegen de opgelegde aanslag en verstrekt daarbij de gegevens van de lening. Voldoet belastingplichtige alsnog aan de informatieplicht, zodat de lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt?
Fiscale partners die niet duurzaam gescheiden leven, hebben twee woningen in eigendom. De ene partner heeft feitelijk zijn hoofdverblijf in de ene woning en de andere partner heeft feitelijk zijn hoofdverblijf in de andere woning. Zij doen beide aangifte waarbij zij beide hun eigen woning als hoofdverblijf aanmerken. Is dit juist?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.