De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord hoe de schuld die is aangegaan ter betaling van de kosten ter verkrijging van de schulden (de zogenoemde financieringskosten) moet worden bepaald als deze financieringskosten voor een deel betrekking hebben op een box 3-schuld.
De consumenten hebben in 2020 bij de geldverstrekker een hypothecaire geldlening met een rentevastperiode van 20 jaar tegen een rente van 1,95% per jaar afgesloten voor de financiering van hun woonhuis. In 2024 hebben de consumenten bij de geldverstrekker een aanvullende geldlening met een rentevastperiode van 10 jaar tegen een rente van 4,86% per jaar afgesloten voor de aankoop van een vakantiewoning.
De consumenten hebben een hypothecaire geldlening die uit twee leningdelen bestaat. Omdat de rentevastperiode van een leningdeel per 1 maart 2021 zou aflopen, heeft de bank de consumenten hierover geïnformeerd. Voor het andere leningdeel stond de rente vast tot 1 maart 2031. De consumenten hebben vervolgens een voorlopige berekening van de vergoeding voor vervroegd aflossen van hun hypothecaire geldlening opgevraagd.
Een huiseigenaar uit 2014 die nu een andere woning aankoopt en bij u aanklopt voor een (her)financiering. Voor de meeste adviseurs dagelijkse kost. In een whitepaper laten we zien hoe €1 verschil een gehele lening in box 3 kan doen belanden. Een gevalletje 'het is maar net hoe je het bekijkt'....
Voor welke uitgaven rondom een koopwoning mag de verhoogde schenkvrijstelling worden aangewend? Kan (een deel) ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld de hypotheekadvieskosten of vergoedingsrente (boeterente)?
Consument meent dat de Tussenpersoon en de Bank tegenover haar tekort zijn geschoten in de zorgplicht. Consument meent dat de Tussenpersoon nalatig is geweest, omdat deze wetenschap had moeten hebben van de afwijking van de voorwaarden.
Een Consument heeft hypothecaire geldlening en mag jaarlijks 20% van de hypothecaire geldlening vergoedingsvrij aflossen. Hij heeft de Bank verzocht of hij gebruik mag maken van deze vergoedingsvrije aflossing door middel van een nieuwe annuïtaire geldlening (ook wel herfinanciering genoemd).
Na eerder een hypothecaire geldlening te zijn aangegaan heeft Consument om een verhoging van deze geldlening gevraagd. Deze werd door de geldverstrekker afgewezen, maar verstrekte wel een PL omdat hiervoor andere
acceptatiecriteria gelden.
In tegenstelling tot het advies van de adviseur, diende consument toch een aflossingsvergoeding te betalen aan de oude geldverstrekker. Consument vordert via Kifid de nettokosten van de betaalde boeterente.
Adviseur heeft Consument geadviseerd in verband met het intern oversluiten van de hypothecaire geldlening. Later is gebleken dat de geadviseerde situatie Consument in een nadelige positie brengt.
Fiscaal kan een draagplichtovereenkomst uitkomst bieden. Civielrechtelijk zitten er wel wat haken en ogen aan. Hieronder een casus ingeval van oversluiten.
Bij een herfinanciering bleek pas in een laat stadium dat er sprake was van een boeterente. Consument claimt deze schade bij de adviseur. De oude geldverstrekker bracht een boeterente bij vrijwillige verkoop in rekening.
Per 1 januari 2019 gelden voor het verkrijgen van NHG nieuwe Voorwaarden & Normen. De voorwaarden en normen 2019, inclusief een verkort overzicht van de wijzigingen zijn bekend gemaakt.
De beslissing van de Bank om Consument geen hogere hypothecaire geldlening te verstrekken valt onder de contracts-en beleidsvrijheid van de Bank en deze beslissing is niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Consument slaagde er echter wel in elders de gewenste lening te krijgen. Daarom vordert Consument dat de Bank veroordeeld wordt tot het terugbetalen van de in rekening gebrachte boeterente.
Consument stelt dat de Bank tekortgeschoten is in de informatieverstrekking over de fiscale aftrekbaarheid van de hypotheekrente en aldus haar zorgplicht heeft geschonden. Consument heeft in 2007 zijn hypotheek overgesloten.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Op 15 juli 2016 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst gesloten, die op 1 januari 2018 is ontbonden. Na het beëindigen van de relatie is de vrouw met de zoon van partijen en een zoon uit een eerdere relatie in de woning van partijen aan de [adres] te [plaats] blijven wonen. De man heeft de woning in januari 2018 verlaten. De vrouw wenst de woning te willen overnemen en de man gaat hiermee akkoord.
Ruim 90 % van de huiseigenaren accepteert bij renteherziening ‘gewoon’ het nieuwe rentevoorstel van de hypotheek van zijn bank. Dit blijkt uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis onder 575 leden.
Van deze groep heeft bijna 60 % zelfs niet overwogen om over te stappen naar een andere geldverstrekker.
De oversluiting valt niet samen met de einddatum van het rentecontract, waarna dit rentecontract overeenkomstig contractuele voorwaarden wordt voortgezet.
In een Kifid uitspraak is de boeterente weer aanleiding voor een klacht. Een consument heeft een adviseur benaderd voor het oversluiten van een hypothecaire geldlening. De adviseur maakte een berekening van de boete, zonder dat wordt aangegeven dat de boete indicatief is. Later blijkt de boete veel hoger uit te vallen.
De Bank is als geldgever niet gehouden tot vroegtijdig vrijgeven van haar pandrecht op een levensverzekering met overlijdensrisicodekking, stelt Kifid in een uitspraak. Deze vrijgave was door consument verlangd omdat zijn beoogde nieuwe geldverstrekker bereid was een hogere geldlening te verstrekken indien de afkoopwaarde van de verzekering zou worden uitgekeerd.
De Hoge Raad heeft naar aanleiding van de eerdere uitspraak van het Hof een uitspraak gedaan op de vraag of het koersverlies als gevolg van een eerdere omzetting van een hypotheek (Box 1) leidt tot een fiscale aftrekpost.
Dinsdag 13 september jl. zijn een drietal moties aangenomen op het gebied van hypotheken. Het is nu aan de Tweede Kamer om in overleg te treden met marktpartijen en te kijken wat mogelijk is op het gebied van (gewijzigde) wetgeving.
Minister Blok had eerder aangegeven dat huidige wetgeving voldoende ruimte biedt.
Een motie over hypotheekdelen omzetten naar een hypotheek met lagere maandlasten wordt niet door Minister Blok gesteund. Dit schrijft hij in een Kamerbrief. De motie verzoekt de regering in gesprek te gaan met hypotheekverstrekkers en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om het mogelijk te maken dat boetevrije aflossingsdelen gebruikt worden om de hypotheek stapsgewijs over te zetten naar een lager rentetarief.
Een adviseur heeft in de adviessamenvatting de boete wegens vervroegde aflossing middels een berekening begroot op € 2.700,-. Later bleek de uiteindelijke boete € 8.900,- te zijn. Consument stelt zich op het standpunt dat de adviseur zijn zorgplicht heeft geschonden en stelt hem aansprakelijk voor de door haar geleden schade.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.