Met de uitspraak van de Hoge Raad - zie onder artikel 'Voorhuwelijkse inbreng en later huwelijk (bep.gemeenschap)' is (meer) duidelijkheid geschapen omtrent de vordering van voorhuwelijkse vorderingen. In de praktijk waren de meningen verdeeld. Zelfs de PG nam in advies aan HR een tegengestelde stelling in....
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord wat de eigenwoningreserve is als een belastingplichtige op grond van de huwelijkse voorwaarden bij ontbinding van het huwelijk en verkoop van de woning meer overwaarde ontvangt.
Bij samenwoners en verwerving van een woning gebeurt het regelmatig dat er sprake is van een ongelijke inbreng van vermogen. Met behulp van een draagplichtovereenkomst is dit in principe eenvoudig te scheiden. Ieder brengt eigen middelen in op diens ‘eigen helft’ en financiert het overige. Maar er zijn ook scenario’s waarbij 1 partij meer (eigen middelen/overwaarde) inbrengt dan de ander, en kiest men voor toepassing van het ‘Goedkeurend besluit (januari 2018), huidige codificatie (BP2022). Degene die meer inbrengt heeft dan een vordering op de andere partner. En dan gaan (soms) zaken in de praktijk fout….
De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in een zaak waarin de aftrek van betaalde hypotheekrente na echtscheiding in geschil is. Het gaat om een echtpaar dat in de loop van 2013 gescheiden is gaan wonen. De vrouw blijft wonen in de echtelijke woning die juridisch haar eigendom is. De man blijft ook nadat ze uit elkaar zijn gegaan de hypotheekrente voor die woning betalen en wil die betaalde rente in aftrek brengen voor de inkomstenbelasting in box 1.
Kunnen aanstaande echtgenoten het recht op partneralimentatie in geval van echtscheiding voorafgaand aan het huwelijk bij huwelijkse voorwaarden uitsluiten? Volgens advocaat-generaal (AG) Lückers moet die vraag bevestigend worden beantwoord.
Zoals wel vaker het geval is, is het (jaarlijks) uitvoeren van een verrekenbeding ingeval van huwelijkse voorwaarden aan te raden. In deze rechtspraak is de vraag of aflossingen (hier premies polis) niet tot de kosten van de huishouding behoren.
2a) de overgang van een aflossingsstand in huwelijkssituaties
31 augustus 2021 heeft staatssecretaris J.A. Vijlbrief een brief aan de Tweede Kamer gezonden (pdf, 21 pagina’s) met voornemens het goedkeuringsbesluit (januari 2018) te codificeren. Eerder gaven we een toelichting op de eigenwoningreserve. Nu gaan we in op de aflossingsstand.
De eigenwoningregeling wordt op 3 onderdelen aangepast per 1 januari 2022. De regeling wordt rechtvaardiger door onbedoelde beperkingen op hypotheekrenteaftrek weg te nemen. Bijvoorbeeld voor mensen die samen met een partner een woning kopen en daarvoor zelf ook al een koopwoning hadden. Of voor mensen die een koopwoning hebben met een partner die komt te overlijden.
In geschil bij het gerechtshof is de vraag of een schenking van de ouders van de vrouw met een uitsluiting zijn geschonken aan de vrouw. De vrouw was gehuwd op huwelijkse voorwaarden. De rechtbank had eerder de schenking(en) buiten het gemeenschappelijke vermogen gelaten.
Dit besluit vervangt het besluit van 15 oktober 2015, nr. BLKB2015/794M en bevat het beleid over het belastbaar feit in de overdrachtsbelasting. In dit besluit zijn nieuwe goedkeuringen opgenomen voor de situatie van afstand van een recht van opstal tegen verkrijging van een onverdeeld aandeel in een onroerende zaak en voor een verkrijging van aandelen als gevolg van een juridische moeder-dochterfusie.
Voorafgaand aan hun huwelijk hebben klaagster en haar aanstaande echtgenoot de notaris advies gevraagd over de noodzaak tot het maken van huwelijksvoorwaarden. De notaris heeft hen erop gewezen dat de woning van klaagster op grond van het vanaf 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksvermogensrecht buiten de (beperkte) gemeenschap zou vallen en huwelijkse voorwaarden ten aanzien van de woning dus niet nodig waren.
Het aantal huwelijkse voorwaarden dat echtparen bij de notaris afsluiten, neemt af. In het eerste kwartaal van 2018 zijn 30 procent minder huwelijkse voorwaarden gepasseerd dan dezelfde periode vorig jaar. Dit blijkt uit de factsheet Akten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).
In 2017 traden 64,4 duizend paren in het huwelijk en sloten 17,9 duizend een geregistreerd partnerschap. Het huwelijk is minder populair onder twintigers en dertigers, die vaker kiezen voor het partnerschap of ongehuwd samenwonen. Dat meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers over 2017.
Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt bevestigd dat bij genoemde voorbeelden geen schenkbelasting is verschuldigd bij het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden.
Mensen die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen, hoeven straks niet meer naar de notaris voor huwelijkse voorwaarden. Zij kunnen voortaan volstaan met een verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Staatssecretaris Menno Snel heeft antwoorden gegeven op Kamervragen over de eigen woning en het huwelijksgoederenregime, waar E. Wiebes eerder dit jaar voor verwarring zorgde.
In een nota naar aanleiding van het verslag wordt nader ingegaan op vragen over het initiatiefvoorstel 'Beperking wettelijke gemeenschap van goederen'.
Met dit voorstel wordt onder meer het verhaal van privéschuldeisers op gemeenschapsgoederen geregeld en bekeken hoe het ondernemingsvermogen van één van de echtgenoten binnen de gemeenschap van goederen valt. Daarnaast wordt de regeling over de draagplicht van schulden aangepast. Alle voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen als ook alle gemeenschappelijke schulden vallen in de gemeenschap. Deze schulden kunnen als gemeenschapsschulden worden aangemerkt, ook al zijn zij niet aangegaan ten behoeve van een gemeenschappelijk goed.
Minister Van der Steur beantwoorde vragen van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van de Eerste Kamer. De vragen hadden betrekking op het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet. Dit om de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken.
Staatssecretaris Wiebes heeft de nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel Pensioen in eigen Beheer naar de Tweede Kamer gestuurd. Hieronder een selectie uit het uitgebreide document (55 pagina's).
Staatssecretaris Wiebes geeft aan dat een Box 4 er niet komt.
Het geregistreerd partnerschap kan worden afgeschaft, nu bijna alle juridische hobbels zijn genomen en het geregistreerd partnerschap vrijwel dezelfde juridische status heeft als het huwelijk. Dat vindt het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.
D66, PvdA en VVD willen het huwelijk moderniseren. Voorhuwelijkse bezittingen en schulden en bijvoorbeeld erfenissen en giften moeten niet meer standaard opgenomen worden in de gemeenschap van goederen als het aan D66-Kamerlid Magda Berndsen ligt. Samen met de Tweede Kamerleden Foort van Oosten (VVD) en Jeroen Recourt (PvdA) werkt zij aan een initiatiefwetsvoorstel. Berndsen: “De voorwaarden waarop het huwelijk wordt aangegaan moeten beter aansluiten op de praktijk. Huwelijkse voorwaarden worden veelvuldig opgesteld om de verdeling van bezittingen en schulden na een eventuele scheiding te bepalen. Het is goed en verstandig dat mensen even van de roze wolk afstappen om de zakelijke kant te regelen, maar dit zou standaard al geregeld moeten zijn.”
Als er huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld is het doorgaans volstrekt duidelijk hoe de verdeling van de vermogens bij een echtscheiding zal plaatsvinden. In een recente uitspraak interpreteert het Hof in een hoger beroep zaak de huwelijkse voorwaarden echter anders en doet de volgende uitspraak: de tijdens het huwelijk opgebouwde overwaarde van de woning zal gelijkelijk over de man en vrouw worden verdeeld, ondanks het feit dat de woning op naam van de man stond en zij met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen waren getrouwd.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.