Enkele minnetjes, veel verschillende, kleine plusjes. Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) concludeert dat de koopkrachtveranderingen volgend jaar behoorlijk uiteenlopen. Uit berekeningen die het instituut heeft gemaakt op basis van de Miljoenennota die het kabinet op Prinsjesdag 2018 presenteerde, komt een grillig beeld. De verschillen lopen uiteen van -0,9 tot +2,8 procent. Werkenden met een modaal inkomen (2.100 euro netto per maand) gaan er het meest op vooruit. Gepensioneerden gaan er voor het eerst sinds jaren niet op achteruit, maar hun koopkracht stijgt veelal met minder dan 1 procent. Bij sommige werkenden met een lager inkomen ziet het Nibud minnetjes.
Vandaag is er een nieuwe raming van de koopkrachtontwikkeling in 2018 en 2019 verschenen. Wat bedoelen ze precies met koopkracht? Hoe komen de koopkrachtcijfers tot stand? Wat kun je ermee? En hoe lees je een medianentabel, een boxplot of een puntenwolk?
Uit de berekeningen van het Nibud blijkt dat huishoudens met een eigen woning en hypotheek een iets minder hogere koopkrachtstijging hebben dan niet- woningbezitters met eenzelfde woonlast.
In een Kamerbrief wordt een eerste indruk van de loonstrookjes in januari 2017 gegeven. Hierin zijn de wijzigingen in het belastingplan meegenomen die in januari op het loonstrookje zichtbaar worden. Het eerste loonstrookje van het nieuwe jaar geeft een indicatie van de koopkrachtontwikkeling in 2017. Verder komen in deze brief wijzigingen aan bod die niet te zien zijn op het loonstrookje, zoals onder andere wijzigingen in de toeslagen. De veranderingen in de inkomstenbelasting, toeslagen en de zorgpremie, samen met de ontwikkeling van lonen en prijzen bepalen het koopkrachtbeeld van 2017, gebaseerd op de meest recente economische raming van het CPB.
In totaal is bijna 80% van de huishoudens er tussen 2012 en 2017 op vooruitgegaan. Dit is positiever dan bij aanvang van het kabinet werd verwacht. Toen was nog de verwachting dat als gevolg van de maatregelen die nodig waren om de overheidsfinanciën te verbeteren slechts 46% van de huishoudens er op vooruit zou gaan. Het kabinet heeft daarnaast een activerend beleid gevoerd om de arbeidsparticipatie te vergroten. Hierdoor is het voor tweede verdieners en mensen in een uitkering fors meer lonend geworden om aan de slag te gaan. Dit blijkt uit de 'Notitie Terugblik inkomensbeleid 2012 -2017'.
Het Nibud ziet voor het tweede achtereenvolgende jaar dat de koopkracht voor bijna alle huishoudens stijgt. Voor komend jaar ziet het instituut kleine koopkrachtverschillen die bijna allemaal tussen – 0,5 en + 0,5% liggen. In een tabel zijn 100 voorbeelden koopkrachtberekeningen uitgewerkt.
De koopkracht van de Nederlandse bevolking is in 2015 met 1,1 procent toegenomen. De stijging was minder groot dan de 1,8 procent in 2014. Het gaat hier om de doorsnee toename, tussen individuen kan de koopkrachtontwikkeling sterk verschillen. Werknemers gingen er het meest op vooruit. Anderen, zoals pensioenontvangers zagen hun koopkracht echter dalen. Dit meldt CBS.
Op een enkeling na, gaat vrijwel iedereen er in 2016 op vooruit. Voor werkenden stijgt de koopkracht meer dan voor uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden. Het is voor het eerst sinds 2008 dat het Nibud ziet dat zo veel huishoudens een koopkrachtstijging meemaken. Dit blijkt uit koopkrachtberekeningen van het Nibud op basis van de Miljoenennota.
In 2012 is Nibud.nl meer dan 4 miljoen keer bezocht. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2011, toen de site 2,4 miljoen keer werd bezocht. Het Nibud ziet dat consumenten ongerust zijn over hun koopkracht, grip op hun geld willen en op zoek zijn naar objectieve informatie over geld.
2013 is vierde achtereenvolgende jaar van koopkrachtdaling
2013 wordt weer een zwaar jaar voor de portemonnee. Vrijwel iedereen heeft minder te besteden dan in 2012. Het is het vierde jaar op rij waarbij er aan koopkracht wordt ingeleverd. Dit blijkt uit berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Zware minnen ziet het Nibud bij (vervroegd) gepensioneerden en ouders met kinderen in de kinderopvang.
De koopkrachtdalingen kunnen oplopen tot min 7,7%. Het Nibud maakt zich zorgen om deze dalende koopkracht, zeker nu de crisis blijft voortduren. Het zal voor velen lastig zijn ook deze koopkrachtdaling weer op te vangen.
Het bedrag dat banken willen financieren daalt sterker dan de huizenprijzen. Dat levert grote problemen op voor huizenkopers.
Dit jaar is de mximale hypotheek die huizenkopers kunnen krijgen veel sterker gedaald dan in de voorgaande jaren. Modale inkomens kunnen 5 procent minder lenen. De leencapaciteit van hogere inkomens ligt ruim 9 procent lager.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.