Kidid heeft een uitspraak gedaan over de uitleg van de polisvoorwaarden. De vraag was of garantiekapitaal op einddatum bij premievrijmaking komt te vervallen.
Het aantal klachten dat binnenkomt bij verzekeraars blijft dalen. In 2021 kwamen 125.000 klachten binnen, een daling van bijna 19% ten opzichte van 2020. Daarnaast is de afhandeling van klachten door verzekeraars vorig jaar aanzienlijk versneld. Dat blijkt uit de jaarlijkse uitvraag van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bij 168 aanbieders.
Minister W.B. Hoekstra heeft de Tweede Kamer het "Rapport Evaluatiecommissie Conservatrix" toegezonden. De commissie kreeg als opdracht mee om onderzoek te doen naar de handelwijze van DNB en het ministerie van Financiën ten aanzien van Conservatrix bij de overdracht aan T. Holding B.V. en in de periode daarna tot aan het faillissement, alsmede naar de toereikendheid van het toepasselijke wettelijke kader. De commissie heeft ervoor gekozen om de periode vanaf 2010 ook in het onderzoek te betrekken.
Ondanks wanbetaling moet een verzekeraar toch het initieel verzekerde kapitaal aan de consument uitkeren. Hierop moeten het reeds uitgekeerde kapitaal en de verschuldigde maar nog niet betaalde premies in mindering worden gebracht.
De consument heeft in het verleden een hypothecaire geldlening afgesloten bij de geldverstrekker. Als zekerheid en aflossing voor een deel van de hypothecaire geldlening heeft hij een levensverzekering afgesloten bij een verzekeraar. De levensverzekering was verpand aan de geldverstrekker, maar dat heeft de verzekeraar niet juist geadministreerd.
Als gevolg van betalingsachterstanden dreigt de woning van een huiseigenaar te worden verkocht. In een hoger beroep (kort geding) heeft de eigenaar een vordering tot schorsing van executie door hypotheekhouder aanhangig gemaakt. Een van de grieven is dat de geldverstrekker eerst de afkoopwaarde van de verpande levensverzekering aan dient te wenden, in plaats van tot executieverkoop over te gaan.
De consument heeft bij de verzekeraar een pensioenverzekering waarop onder meer een garantie-clausule van toepassing is. Deze houdt in dat, indien gedurende de gehele vooraf overeen-gekomen duur van de premiebetaling op elke premievervaldag een premie-inleg van ten minste € 2.953,52 heeft plaatsgevonden, een garantierendement wordt gegeven op basis van 3,50 %.
Op dinsdag 8 december 2020 heeft de rechtbank, op verzoek van de Nederlandsche Bank (hierna: DNB), het faillissement uitgesproken van levensverzekeraar Nederlandsche Algemeene Maatschappij van Levensverzekering “Conservatrix" N.V. (hierna: Conservatrix).
Als iemand onafgebroken tien jaar vrij is van kanker mogen verzekeraars bij het afsluiten van overlijdensrisico- en uitvaartverzekeringen de ziekte niet meer meewegen bij de vaststelling van premies. Bij jongeren tot 21 jaar gaat een termijn gelden van vijf jaar. Als een jongere herstelt van kanker is de kans groter dat de ziekte niet terugkeert.
Na terugbetaling van diens hypothecaire lening doet cliënt een afkoopverzoek bij de verzekeraar. De Verzekeraar betaalt aan de bank als begunstigde. De Bank verrekent afkoopwaarde met saldo uit hoofde van later afgesloten flexibel krediet.
De NFK en het Verbond werken samen met de Nederlandse Kankerregistratie aan een lijst met kortere termijnen voor specifieke kankersoorten als startpunt. De maatregel gaat naar verwachting per januari 2021 in en zo mogelijk eerder.
Consument heeft op 1 oktober 1994 bij Verzekeraar een lijfrenteverzekering gesloten met een gegarandeerd kapitaal, een garantierendement van 4% en een overrrentedeling. De einddatum van de verzekering is 1 oktober 2010. Vanaf 2013 is de verzekering jaarlijks verlengd met een garantierendement van 4%. In 2015 is de verzekering premievrij gemaakt.
Verzekeraar vraagt de rechthebbende eens in de twee jaar een bewijs van in leven zijn. De kosten daarvan komen voor rekening van de rechthebbende. Consument verzet zich tegen het overleggen van een dergelijk bewijs en het voor zijn rekening brengen daarvan.
Consument en de Bank zijn bij het aangaan van de overeenkomst overeengekomen dat tot meerdere zekerheid voor de aflossing van een hypothecaire geldlening, de rechten uit twee, reeds bij een derde, verzekeraar, afgesloten levensverzekeringen aan de Bank zullen worden verpand. In 2017 is Consument erachter gekomen dat verpanding niet heeft plaatsgevonden. Dit heeft tot gevolg dat de waarde van de verzekeringen aan het einde van de looptijd van de lening niet ‘automatisch’ in mindering op de lening zullen worden gebracht en dat Consument de lening zelf zal moeten aflossen.
De rechtbank is van oordeel dat de vaste termijnverzekering niet is aan te merken als kapitaalverzekering. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat - gelet op de in artikel 1 van de polisvoorwaarden vermelde - omschrijving van de vaste termijnverzekering, de polis het verzekerde bedrag altijd uitkeert aan eiseres of haar erfgenamen op de afgesproken einddatum, onafhankelijk van het in leven zijn van eiseres als verzekerde.
Een verzekeraar moet de door een consument en zijn echtgenote betaalde poliskosten voor een beleggingsverzekering terugbetalen. Bij het afsluiten van de beleggingsverzekering konden consumenten uit de voorwaarden niet afleiden wat de hoogte en samenstelling van de poliskosten zouden zijn.
Eerder was er een uitspraak waarin een SEW niet gesaldeerd hoefde te worden voor de vaststelling van de schuldmarktwaardeverhouding (hierna ook wel: ‘smv’). Een consument vorderde een gunstigere berekening vanwege een verpande levensverzekering.
Een verzekeringnemer heeft in 1998 een lijfrente koopsompolis afgesloten. Bij de expiratie na 20 jaar (2018) wenst verzekeringnemer de polis voor 10 jaar te verlengen. De verzekeraar heeft de polis met 10 jaar verlengd, maar tevens de overlijdensdekking (opnieuw) op 90% van de opgebouwde waarde op het moment van overlijden van de verzekerde gesteld. Na 5 jaar + 1 dag wordt de overlijdensdekking verhoogd naar 100%. Verzekeringnemer is het hier niet mee eens en heeft bij Kifid een klacht ingediend.
In een recente uitspraak van Kifid werd een adviseur op zijn zorgplicht gewezen omdat deze op de dalende tarieven van overlijdensrisicoverzekeringen had dienen te wijzen. In een andere uitspraak is het argument van Kifid dat de consument '...bij het aangaan van de verzekering precies wist welke premie hij zou gaan betalen.'
In artikel 3:156, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt bepaald welke bedragen ten hoogste beschikbaar zijn in het geval dat ten behoeve van een in financieel gevaar verkerende levensverzekeraar gebruik moet worden gemaakt van de in afdeling 3.5.4 van die wet geregelde opvangregeling voor levensverzekeraars.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.