Dit besluit vervangt het besluit van 15 mei 2017, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 maart 2023. In dit besluit zijn alleen beleidsmatige onderwerpen opgenomen. Voor zover nog relevant zijn de onderwerpen met een toelichtend karakter opgenomen in een vraag- en antwoorddocument.
De consumenten stellen dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden doordat zij hen niet heeft geïnformeerd over de forse overschrijding van de fiscale vrijstelling van de spaarverzekeringen.
Een relatie van ons kantoor heeft een KEW. De oude woning is begin 2019 verkocht en relatie is tijdelijk gaan huren. In maart 2020 is een koopovereenkomst getekend voor nieuwbouw. Transport is september 2020 geweest. De verzekeraar had de KEW-clausule van de polis gehaald. De premiebetaling is door blijven lopen, in afwachting van de nieuwe financiering en herplaatsing van de KEW-clausule (september 2020). Moet de spaarpolis nu in box 3 opgegeven worden als vermogen (peildatum 1 januari 2020)?
Een Consument heeft een spaarpolis afgesloten met als ingangsdatum 1 juni 1997. Vanwege de verkoop van de woning wordt overwogen de polis af te kopen. De polis liep toen circa 19,5 jaar (en had daarmee nog niet de 20 jaars vrijstelling bereikt).
Consument heeft na advies en bemiddeling van [hypotheekverstrekker] [plaatsnaam] een hypothecaire geldlening afgesloten. Ter aflossing van de geldlening heeft Consument twee spaarverzekeringen met een gezamenlijk eindkapitaal van € 402.000,-- afgesloten. In 2013 is Consument gebleken dat het gezamenlijk eindkapitaal van de spaarverzekeringen de fiscale vrijstelling overschrijdt.
Consument heeft na advies en bemiddeling van een hypotheekadviseur een hypothecaire geldlening afgesloten. Ter aflossing van de geldlening heeft Consument twee spaarverzekeringen met een gezamenlijk eindkapitaal van €402.000,-- afgesloten.
Consument heeft zich tot de adviseur gewend voor advies en bemiddeling bij het afsluiten van een hypothecaire geldlening. De Adviseur heeft advies verstrekt en Consument heeft een hypothecaire geldlening afgesloten. Aan de hypothecaire geldlening is een spaarverzekering met een looptijd van 15 jaar gekoppeld.
Belanghebbende is door een medische fout bij zijn geboorte lichamelijk gehandicapt geraakt. Na een jarenlange procedure heeft de verzekeraar van de aansprakelijk gestelde wederpartij aan belanghebbende een bedrag aan letselschade uitgekeerd.
Voor belanghebbende is met het aan hem uitgekeerde bedrag in 1998 een kapitaalverzekering afgesloten bij [A] N.V. (hierna: de kapitaalverzekering). Destijds is voor belanghebbende ter zake van deze kapitaalverzekering eenmalig een koopsom van € 131.597 gestort.
Een consument heeft een klacht ingediend bij Kifid doordat volgens consument de Bank tekort is geschoten jegens hem in acht te nemen zorgplicht door ten tijde van het financieringstraject rond de Spaarhypotheek in 2002 en/of in 2008 hem niet dan wel onvoldoende te informeren over de mogelijke risico’s bij vervroegd en geheel aflossen van de Spaarhypotheek.
Wat te doen bij een expiratie van een kapitaalverzekering, waarbij 1 begunstigde in de polis is opgenomen, maar de lifetimevrijstelling van begunstigde niet toereikend is, en er wel een fiscaal partner aanwezig is.
Consument is - na advies van de tussenpersoon - in 2012 een bankspaarhypotheek aangegaan. In 2014 is gebleken dat hij niet is geïnformeerd over de belastingheffing aan het einde van de looptijd van de lening. De tussenpersoon dient de door Consument te lijden schade, rekening houdend met de omstandigheden en vast te stellen naar redelijkheid, te vergoeden.
Dit besluit wijzigt het besluit over de kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning, het beleggingsrecht eigen woning en vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3 van 6 december 2014, BLKB 2014/1763M.
De Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft op 6 december 2013 de memorie van antwoord ontvangen. Hierin wordt ingegaan op schenkingen met uitsluitingsclausule en 'kruislingse' schenkingen, KEW vrijstelling en verbouwing/aflossing.
Relatie X en Y waren gehuwd. Recent is X overleden. Bij bank Z loopt een SEW rekening (stond enkel op naam van X).
1) zijn er mogelijkheden om de SEW voort te zetten. Volgens de bank dient het huidige kapitaal van de SEW nu op de hypotheek in mindering gebracht te worden.
2) moet Y nu een deel van de hypotheek annuïtair voortzetten?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.