Een belastingplichtige heeft in het verleden de lijfrentepremies niet in aftrek genomen op zijn belastbaar inkomen. Een beroep op een goedkeuringsbesluit slaagt niet in hoger beroep.
Een dga heeft zijn in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak omgezet in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Is het mogelijk om een nog niet ingegane ODV niet volledig, maar gedeeltelijk aan te wenden voor de verkrijging van een lijfrente, een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de artikelen 3.125 en 3.126a van de Wet IB 2001 (lijfrenteproduct)?
Als download is het lijfrentebesluit aan de kennisbank toegevoegd.
Van praktisch belang is met name paragraaf 2.4 'Beloning tussenpersoon (artikel 1.7b van de Wet IB 2001)'
Na druk vanuit het intermediair verwijst DAS klanten met vragen over de aanwending van een ontslagvergoeding voortaan nadrukkelijk naar de eigen financieel adviseur in plaats van naar Ohra. Dat meldt VVP.
De zogenaamde bancaire lijfrente is op 1 januari 2008 mogelijk geworden. Het betreft een alternatief voor producten van verzekeraars. Dit wordt ook wel banksparen genoemd. Bij de traditionele lijfrente is het voor de consument moeilijk te verteren dat van een storting van € 10.000 meteen, zeg, € 1.000 opgaat aan kosten, zodat slechts € 9.000 op de waardeopgaaf resteert. Bij een spaarrekening blijft in principe de volledige storting intact. Bij een beleggingsrekening zijn de kosten in de regel minimaal, zeg, 1%.
Verzekeraars verliezen nog steeds marktaandeel als het gaat om vrijvallende koopsommen en lijfrentes. De vier grootbanken trekken 34% van de geldstroom van vrijvallende koopsommen/lijfrentes naar zich toe. Dat is 10% meer dan ze oorspronkelijk verkocht hadden in een markt die aan de verzekeraars toebehoorde.
Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft een besluit gepubliceerd over oud-regimelijfrenten en de toerekening van lijfrentetermijnen aan echtgenoten. Het besluit beschrijft hoe wordt omgegaan met opgewekt vertrouwen als gevolg van een standpunt van de Belastingdienst betreffende de wijziging van de begunstiging van oud-regimelijfrenten ten behoeve van de minstverdienende echtgenoot, gevolgd door omzetting in een lijfrentespaarrekening.
Echtparen kunnen door een uitspraak van de Belastingdienst zelf, lijfrente-uitkeringen ten laste van de minstverdienende laten vallen. Dat kan de Nederlandse Staat honderden miljoenen euro's aan belastinginkomsten schelen.
Klant reageert niet op brieven van maatschappij over expiratie. Pas na meer dan 2 jaar meldt hij zich. Welke rechten heeft hij nog en beperkingen m.b.t. een uitkering?
Cliënten hebben een lijfrenteverzekering gesloten op 25.12.1998, expiratiedatum 25.12.2009. Man is dan 63 jaar en gaat in de VUT Kan hij dan lijfrentekapitaal aanwenden als overbruggingslijfrente met een duur van 2 jaar, dus tot leeftijd 65? Ik had ook geinformeerd voor een bancaire lijfrente. Mij werd echter verteld dat een bancaire lijfrente minimaal vijf jaar dient te lopen. Klopt dit?
Wanneer er sprake is van een uitkering door het ophouden binnenlands belastingplichtige te zijn is er weliswaar sprake van een fictieve uitkering, maar mag gebruik worden gemaakt van de kapitaalvrijstelling eigen woning in box 1 en vindt er geen heffing plaats. Op grond van de "versoepelingsregeling" hoeft er in deze situatie niet te worden voldaan aan de minimale premiebetalingseis en hoeft de uitkering uit de KAPITAALVERZEKERING niet te worden aangewend voor aflossing van de schuld op de eigen woning.
Geldt dit ook voor SEW/BEW?
Bij het aangaan of beëindigen van een huwelijk of een duurzame gezamenlijke huishouding wensen de (ex-)partners veelal wijzigingen aan te brengen in lopende kapitaalverzekeringen eigen woning (KEW), in “oude” kapitaalverzekeringen waarvoor het regime van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB’64) nog geldt en in lijfrenteverzekeringen.
Een lijfrenteverplichting moet na staking van de onderneming altijd overgaan naar het privé-vermogen. Dat besluit heeft staatssecretaris Wijn van Financiën onlangs in een besluit bekendgemaakt.
De uitkeringen van lijfrente- en koopsompolissen vallen onder de zorgheffing. Dat betekent voor mensen die een aanvullende pensioeninkomsten hebben door lijfrenteverzekeringen, een extra belastingheffing.
De gebruikelijke regeling bij rente tijdens de bouw en de aftrekbaarheid daarvan is algemeen bekend. In resolutie VB97/1567 van 30 juni 1997 is bepaald dat een "vergoeding die in rekening wordt gebracht voor uitstel van de overeengekomen bouwtermijnen tot de datum van oplevering" wordt gerekend tot de koop/aanneemsom. In normaal Nederlands: Indien de overeengekomen koop/aanneemsom in z'n geheel wordt voldaan bij oplevering wordt de daarin begrepen rente gerekend tot de K/A som, en is de rente niet aftrekbaar en is eveneens hierover BTW verschuldigd.
Is dit nog steeds van kracht?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.