Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (Aow) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de premie Aof voor de kinderopvangtoeslag.
De Centrale Raad van Beroep heeft in drie zaken uitspraak gedaan over het dagloon voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA-uitkering).
Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (Aow) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de premie Aof voor de kinderopvangtoeslag.
Het bijdrageloon, bedoeld in artikel 42 van de Zvw, en het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43 van de Zvw, dat voor heffing van de IAB ten hoogste in aanmerking wordt genomen, bedraagt voor het jaar 2024 € 71.628.
Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (Aow) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de premie Aof voor de kinderopvangtoeslag.
Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de premie Aof voor de kinderopvangtoeslag.
Per 1 juli 2021 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. De rekenregels geven u hier inzicht in.
Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de basispremie Aof voor de kinderopvangtoeslag. Daarnaast wordt het maximumpremieloon vastgesteld voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Tot slot wordt de loongrens voor indeling in de sector grootwinkelbedrijf geïndexeerd.
Per 1 januari 2020 worden de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene Nabestaandenwet (Anw), Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong), Werkloosheidswet (WW), Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), Ziektewet (ZW) en Toeslagenwet (TW) aangepast.
Deze regeling stelt de percentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het
Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op
de basispremie Aof voor de kinderopvangtoeslag.
De wijzigingen van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen op 1 juli 20151 in verband met de invoering van inkomensverrekening in de Werkloosheidswet (hierna: WW) hebben voor enkele groepen WW-gerechtigden, zoals starters en herintreders, nadelige inkomensgevolgen gehad. Het WW-dagloon (en dus de uitkering) van deze groepen kon (veel) lager zijn dan voor de wijziging op 1 juli 2015.
Per 1 juli 2019 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. De rekenregels geven u hier inzicht in.
Vanaf 1 juli 2020 hebben partners van de moeder recht op aanvullend geboorteverlof. Dit verlof bedraagt maximaal 5 maal de wekelijkse arbeidsduur. Dit is geregeld in de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG). Dit besluit voorziet in een aanpassing van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit) om te regelen wat onder inkomen wordt verstaan als iemand de nieuwe uitkering, geïntroduceerd met de WIEG, ontvangt.
Met deze wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen wordt geregeld dat ziekte in de referteperiode voor de berekening van het dagloon van WW-gerechtigden niet tot een lager dagloon leidt.
Minder inkomsten door ziekte leidt niet meer tot een lagere WW-uitkering. Mensen die in het jaar voor hun WW-uitkering ziek waren en die aan alle voorwaarden voldoen, kunnen zich bij het UWV inschrijven voor een tegemoetkoming.
De Centrale Raad van Beroep heeft op 19 juli 2017 geoordeeld dat de omstandigheid dat werknemers ziek zijn geweest en van hun werkgever het loon niet volledig doorbetaald hebben gekregen er niet toe mag leiden dat zij daardoor ook een lager dagloon hebben en daardoor een lagere werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep heeft op 5 april 2017 geoordeeld dat de omstandigheid dat werknemers die hebben gestaakt een lager dagloon hebben en daardoor een lagere werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) ontvangen een indirecte beperking oplevert van het stakingsrecht.
Met deze wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen wordt alsnog geregeld dat het dagloon van twee groepen WW-gerechtigden vanaf 1 maart 2018 opnieuw moet worden berekend. Verder wordt vanaf dezelfde datum de berekening van het dagloon van een groep gewijzigd ten behoeve van de situatie dat ziekte tijdens de referteperiode tot een dagloonverlagend effect heeft geleid.
Minister L.F. Asscher reageert op een brief van de gezamenlijke vakcentrales FNV, CNV en VCP van 30 juni jl. over de tegemoetkoming voor het WW-dagloon.
Betrokkene (werknemer/ WW gerechtigde) heeft bezwaar gemaakt tegen de dagloonberekening. Hij heeft in dat verband gesteld dat hij in de weken 30, 31 en 32 onbetaald verlof had en dat die periode daarom op grond van artikel 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit) buiten beschouwing had moeten blijven bij de berekening van het WW-dagloon.
Bent u voor 31 mei 2013 gewisseld van baan? En kreeg u direct aansluitend een nieuwe baan met een lager loon? Als u dan op of na 1 juni 2013 werkloos werd uit deze laatste baan, krijgt u misschien alsnog het garantiedagloon WW. Dit meldt UWV.
De gemiddelde loonkosten per gewerkt uur waren in 2015 het hoogst bij de financiële instellingen (55 euro) en het laagst in de horeca (18 euro). Bij de financiële instellingen werken relatief veel meer hoger opgeleiden en ouderen dan in de horeca.
Deze verschillen in personeelsopbouw verklaren ongeveer de helft van het verschil in gemiddelde loonkosten. De gemiddelde loonkosten per gewerkt uur kwamen in 2015 uit op ruim 33 euro. Dat meldt CBS.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.