In hoeverre is in het nieuwe verzekeringsrecht geregeld dat voor zakelijke verzekeringen de verplichting bestaat om op verzoek van klant de contracttermijn om te zetten naar 1 jarig contract. Particulier is dit wel verplicht. Graag verneem ik van u of hierin wijziging hebben plaatsgevonden.
De directe actie van de benadeelde die voortvloeit uit dit artikel is een geheel nieuwe regeling die onder het oude verzekeringsrecht niet bestond. Het doel van de regeling is slachtofferbescherming te bieden. Er wordt geprobeerd te bereiken dat wanneer er een aansprakelijkheidverzekering is gesloten, de uitkering uit die verzekering bij de benadeelde terecht komt.
Het Verbond van verzekeraars heeft een adviestekst opgesteld voor de slottekst van het aanvraagformulier van particuliere en bedrijfsmatige verzekeringen.
Wanneer een verzekeraar ontdekt dat de verzekeringnemer niet aan de mededelingsverplichtingen heeft voldaan, dan zal hij dat binnen twee maanden na het ontdekken daarvan aan de verzekerde moeten meedelen. Tevens zal de verzekeraar moeten meedelen wat de (mogelijke) gevolgen van het niet nakomen van de mededelingsplicht zijn.
Wanneer we even terugblikken op de rechtsgevolgen van artikel 251 WvK (Verzwijgingsartikel) dan komen we tot de conclusie dat de werking van de nieuwe wetgeving minder zwart/wit is.
Lid 5 van artikel 7:928 BW behandelt de mededelingsplicht met betrekking tot het strafrechtelijke verleden van de verzekeringnemer of anderen wiens belang wordt verzekerd. Hierin is bepaald dat de verzekeringnemer een mededelingsplicht heeft voor voorvallen die hebben plaatsgevonden binnen een periode van 8 jaar voor het aangaan van de verzekering.
Verrekening van premies met schade-uitkeringen was ook onder het oude recht al mogelijk.
Op grond van artikel 6:127 BW mocht de verzekeraar de openstaande premies met de uitkering verrekenen. Dat mocht echter alleen wanneer de verzekeringnemer eveneens de uitkeringsgerechtigde was. De verzekeraar mocht dan ook premies met de uitkering verrekenen van andere verzekeringen, dan die waarop de uitkering plaats vond. Deze regeling geldt nog steeds, maar onder het nieuwe verzekeringsrecht zijn de verrekeningsmogelijkheden verruimd.
De verplichting van de verzekeringnemer met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst bestaat ondermeer uit het betalen van de premie. Wanneer de verzekeringnemer zijn verplichting tot betaling van de eerste premie niet nakomt, kan de verzekeraar de verzekeringsovereenkomst ontbinden of de nakoming van zijn deel van de overeenkomst, namelijk het lopen van risico, opschorten.
De wet legt de verzekeringnemer in artikel 7:957 BW de verplichting op dat hij alle mogelijke maatregelen moet nemen die tot voorkoming of vermindering van de schade kunnen leiden. Op grond van jurisprudentie gebaseerd op de oude wetgeving is inmiddels vastgesteld dat die plicht op de verzekeringnemer rust wanneer het evenement zich heeft voorgedaan, maar ook wanneer er sprake is van een onmiddellijk dreigend gevaar. Deze jurisprudentie is met de invoering van het nieuwe verzekeringsrecht wettelijk vastgelegd.
De verplichting rust overigens alleen op de verzekeringnemer wanneer hij op de hoogte is of behoort te zijn van het zich voordoen van het evenement of van het onmiddellijk dreigende gevaar.
De bereddingsplicht geldt zowel voor de verzekerde als de verzekeringnemer.
Wanneer een verzekeraar een verzekerde op grond van een verzekering schadeloos stelt en die verzekerde heeft wat betreft die schade verhaalsrechten op een derde, dan treedt de verzekeraar in de rechten van verzekerde. Dit recht is geregeld in artikel 7:962 BW en heet subrogatie.
Onder de oude wetgeving was schade door eigen schuld van de verzekerde niet gedekt. Omdat verzekeraars bepaalde vormen van schuld wel wilden verzekeren moest er in de voorwaarden dus aangegeven worden welke vormen van schuld wel en welke niet waren verzekerd. In de huidige wetgeving is de situatie omgedraaid.
Artikel 7:952 BW bepaalt namelijk dat de lat hoger wordt gelegd, namelijk bij opzet of roekeloosheid. Het artikel bevat geen dwingend recht, dus wanneer verzekeraars lichtere vormen van schuld willen uitsluiten, dan kunnen ze dat in hun voorwaarden regelen.
Een begrip dat we niet meer terug vinden in artikel 7:925 BW is schadeloosstelling. Artikel 7:925 BW handelt dus niet alleen meer over schadeverzekeringen maar ook over sommenverzekeringen. Dit in tegenstelling tot artikel 246 WvK dat bepaalde dat de verzekeraar schadeloosstelde.
In artikel 7:925 BW komt het begrip onzeker voorval, zoals we dat kenden uit het Wetboek van Koophandel, niet meer voor. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat een verzekerde bij het aangaan van de verzekering weet dat er een schadeveroorzakende gebeurtenis zal plaats vinden, maar hij weet nog niet wanneer en niet hoe hoog die schade zal zijn.
Sinds 1 januari 2006 is het verzekeringsrecht, zoals dat werd behandeld in het Wetboek van Koophandel, vervangen door een nieuwe wettelijke regeling in het Burgerlijk Wetboek. Deze regeling is vastgelegd in boek 7.
De opbouw van de wetgeving is gelaagd. Dat wil zeggen dat de wet bestaat uit een afdeling met algemene bepalingen, een afdeling die specifiek handelt over schadeverzekeringen en een afdeling over sommenverzekeringen.
Artikel 7:951 BW zegt:
De verzekeraar vergoedt geen schade aan een verzekerde zaak, indien die is veroorzaakt door de aard of een gebrek van die zaak. Het gaat in dit artikel om regelend recht, dus mag er van worden afgeweken.
Een gebrek is een minderwaardige eigenschap van een zaak, die een dergelijke zaak niet behoort te hebben.
Er is sprake van samenloop wanneer het belang van een verzekerde meerdere keren is verzekerd tegen hetzelfde risico en schade. Er is geen sprake van samenloop wanneer meerdere verzekeraars het risico dekken op de zelfde polis, zoals bij de beurspolis gebruikelijk is. In dat geval is er sprake van co-assurantie.
Een voorbeeld van samenloop is een schade die zowel op de inboedelverzekering gedekt is als op de kostbaarhedenverzekering. Of een schade die gedekt is op een reisverzekering, maar ook op de Zorgverzekering.
Uit de overeenkomst vloeien verplichtingen voort. Een aantal van die verplichtingen hebben betrekking op het moment dat het risico zich openbaart waartegen de verzekering is gesloten.
De eerste verplichting die we in de wet tegenkomen is de meldings- en inlichtingenplicht.
De verzekerde som is volgens artikel 7:955 BW de maximale verplichting van de verzekeraar. Bovendien bepaalt artikel 7:955 in lid twee dat een schade-uitkering de verzekerde som niet vermindert. Overigens is dit geen dwingend recht. Verzekeraars kunnen dus in hun polissen bepalen dat een uitkering de verzekerde som wordt verminderd met het bedrag van de uitkering. In dat geval zal dus moeten worden bijverzekerd.
De verzekeringsovereenkomst is vooral een overeenkomst die gebaseerd is op de goede trouw van beide bij de overeenkomst betrokken partijen. Bij het tot standkomen van de verzekeringsovereenkomst baseert de verzekeraar zich vaak alleen op de gegevens die door de verzekerde worden verstrekt. Bijvoorbeeld door het invullen van een aanvraagformulier. Op grond van die gegevens probeert de verzekeraar een inschatting te maken van het risico dat ter verzekering wordt aangeboden. Aan de hand van die inschatting bepaalt de verzekeraar of hij wil verzekeren en zo ja op welke voorwaarden en tegen welke premie.
De verzekeraar heeft er dus alle belang bij dat de verzekeringnemer de juiste informatie verstrekt.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.