De levensverwachting van 65-jarigen zal 20,96 jaar zijn in 2030, verwacht het CBS. Beleidsmakers gebruiken dit cijfer om de toekomstige AOW-leeftijd vast te stellen.
Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (URIW 1990). De URIW 1990 wordt gewijzigd ten aanzien van de wijze waarop het vermogen in aanmerking wordt genomen bij een verzoek om kwijtschelding van rijksbelastingen in de privésfeer. Deze wijziging ziet op het niet aanmerken van een niet-bovenmatige oudedagsvoorziening als een vermogensbestanddeel.
De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting en de Kennisgroep formeel recht hebben vragen beantwoord over de toepassing van de revisierenteregeling van artikel 30i AWR bij afkoop van een lijfrente die is ontstaan uit de omzetting van een oudedagsverplichting.
De toegang tot het derdepijlerpensioen kent verschillende drempels voor consumenten, zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft op 16 september 2022 V&A 17-008 (Aanwenden oudedagsverplichting voor lijfrente in uitkeringsfase), 17-009 (Afwikkeling oudedagsverplichting bij onderdekking), 17-021 (Prijsgeven van een oudedagsverplichting op ingangsdatum vanwege onderdekking) en 18-004 (Oudedagsverplichting gedeeltelijk aanwenden voor verkrijgen lijfrenteproduct) geactualiseerd.
Staatssecretaris Van Rij gaf antwoord op vragen over het bericht ‘Onderzoek: zzp’ers en de fiscale oudedagsreserve’. In BP2023 zal de afschaffing van de FOR behandeld worden.
Dit wetsvoorstel wijzigt de tweede pijler van het pensioenstelsel. Het pensioenakkoord van juni 2019 tussen kabinet en sociale partners wordt hiermee uitgewerkt. Ook het nabestaandenpensioen wordt gestandaardiseerd.
De Belastingdienst heeft de vraag of één van de erfgenamen een geërfd recht op ODV-termijnen kan aanwenden voor het verkrijgen van een lijfrenteproduct beantwoord.
Het verantwoordelijkheidsgevoel dat mensen ervaren als het neerkomt op hun eigen pensioen is in 10 jaar tijd flink gedaald. Gaf in 2011 een ruime meerderheid (54%) van de beroepsbevolking nog aan vooral zelf verantwoordelijk te zijn voor voldoende pensioen, in 2021 is dat nog maar 1 op de 3 (34%).
In de praktijk doen zich enkele knelpunten voor in de uitvoering van de fiscale regelingen met betrekking tot pensioenregelingen en oudedagsverplichtingen. Met dit besluit worden door middel van een toelichting en drie goedkeuringen de knelpunten weggenomen.
Zorgen over de hoogte van het opgebouwde pensioen (52%), het wel of niet kunnen rondkomen na pensionering (45%) en de inkomstendaling waar men mee te maken krijgt (35%) zijn de belangrijkste redenen voor 37% van de beroepsbevolking om weleens wakker te liggen over het eigen pensioen. Dit blijkt uit de pensioenmonitor 2020 van Wijzer in geldzaken.
Tijdens de behandeling van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen is toegezegd om de Kamer jaarlijks over het daadwerkelijke gebruik van deze regeling te informeren.
Is het mogelijk om een aangevangen ODV-uitkeringsperiode aan te passen na het verlagen van de AOW-leeftijd op grond van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd?
Voor een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV) geldt als hoofdregel dat de waarde van de aanspraak vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd in een periode van twintig jaar wordt uitgekeerd. Afhankelijk van de situatie is het ook mogelijk dat de ODV-termijnen ingaan vóór of na het bereiken van de AOW-leeftijd. Het eerder of later ingaan van de ODV-termijnen heeft dan wel gevolgen voor de duur van de ODV-uitkeringsperiode.
Dit V&A 17-029 behandelt de gevolgen van het eerder of later ingaan van de ODV-termijnen voor de duur van de ODV-uitkeringsperiode.
Bij het overlijden van een ODV-gerechtigde voordat de ODV-termijnen zijn ingegaan gaat het recht op de ODV-termijnen over op de erfgenamen (natuurlijke personen). De ODV-termijnen moeten in dat geval binnen twaalf maanden na het overlijden ingaan. Als de ODV-gerechtigde overlijdt terwijl de ODV-termijnen al zijn ingegaan, gaat het recht op de resterende ODV-termijnen direct bij het overlijden over op de erfgenamen (natuurlijke personen).
Het zal niet altijd direct duidelijk zijn wie de erfgenamen van de ODV-gerechtigde zijn.
Een verzekeringnemer heeft een box 3 spaarpolis die hij wenst te gebruiken voor zijn oudedagsvoorziening. De bewindvoerder wenst de polis af te laten kopen ten gunste van de boedel.
De Belastingdienst heeft antwoorden gegeven op de vraag hoe de oprenting van de ODV in een bepaalde situatie verloopt. Tevens zijn een aantal voorbeelden toegevoegd.
Een dga heeft zijn in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak omgezet in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Is het mogelijk om een nog niet ingegane ODV niet volledig, maar gedeeltelijk aan te wenden voor de verkrijging van een lijfrente, een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de artikelen 3.125 en 3.126a van de Wet IB 2001 (lijfrenteproduct)?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.