Eind 2022 waren er 765 duizend werknemers zonder pensioenregeling via hun werkgever. Dat waren 171 duizend werknemers minder dan bij de vorige meting, eind 2019. Dit is een afname van 18 procent.
Met deze publieksmonitor wil het Ministerie van SZW over meerdere jaren de reactie van het Nederlandse publiek op alles wat ze horen en zien over het pensioen inzichtelijk maken. De monitor dient daarmee inzicht te bieden in de mate waarin de communicatiedoelen van SZW en de andere stakeholders worden gerealiseerd.
Drie boodschappen over pensioenen zijn voorgelegd aan werkenden (36-55 jaar, in loondienst), pensioengeoriënteerden (56-67 jaar, nog niet met pensioen, in loondienst) en gepensioneerden (68 jaar en ouder) in Nederland.
Het CBS doet periodiek onderzoek naar de omvang van de groep werknemers zonder pensioenopbouw. Op 22 februari publiceerden zij de nieuwste cijfers op basis van de stand eind 2022. Die laten een afname zien, zowel in absolute als relatieve zin. In 2019 waren er 936.000 werknemers zonder pensioenopbouw, 13,4% van het totaal aantal werknemers. Eind 2022 waren dat er 766.000, dit is 10,6% van het totaal.
Per 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen in werking getreden. Vanaf 21 augustus start er een brede voorlichtingscampagne vanuit de Rijksoverheid over de nieuwe pensioenregels, waarbij nauw wordt samengewerkt met vakbonden, werkgevers en Pensioenuitvoerders.
De Belastingdienst heeft diverse 'vragen en antwoorden' gepubliceerd.
Dit besluit is gebaseerd op artikel 150a van de Pensioenwet. In dat artikel is een experimenteerbepaling opgenomen. Deze bepaling, die met ingang van 1juli 2023 in werking treedt, maakt het mogelijk dat bij wijze van experiment tijdelijk wordt afgeweken van een aantal artikelen in de Pensioenwet.
De toegang tot het derdepijlerpensioen kent verschillende drempels voor consumenten, zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Eind 2020 waren er bijna 14,2 miljoen personen tot de AOW-leeftijd die aanspraken AOW (Algemene Ouderdomswet) hebben opgebouwd. Van hen bouwden 11,2 miljoen actief AOW op. Dat is een toename van 2,5 procent ten opzichte van 2015. Het aantal mensen geboren in het buitenland dat actief AOW op heeft gebouwd is in vijf jaar met 16 procent gestegen naar 1,9 miljoen. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.
In Nederland is het primair aan sociale partners om een aanvullende pensioenregeling overeen te komen en aan te bieden. Dit is echter niet verplicht. Dat leidt ertoe dat niet alle werknemers pensioen opbouwen via hun werkgever en er een zogenoemde “witte vlek” ontstaat.
De vermogensopbouw van Nederlandse huishoudens is lang niet altijd optimaal. Een aanzienlijke groep huishoudens bouwt weinig vermogen op, of heeft het vastzitten in een eigen woning of pensioenfonds.
In een 'vraag en antwoord' behandelt het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen de vraag hoe hoog een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering minimaal moet zijn om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor voortgezette pensioenopbouw na onvrijwillig ontslag.
Minister Koolmees heeft antwoorden gegeven op Kamervragen over het bericht "856.000 Nederlanders in loondienst bouwen geen pensioen op".
Minister Hoekstra informeerde de Eerste en Tweede Kamer over het onderhandelaarsakkoord over het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (PEPP).
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt in antwoord op het verzoek om voorlichting op dat bij de vormgeving van een nieuw pensioenstelsel weliswaar rekening gehouden dient te worden met het Europeesrechtelijke verbod op leeftijdsdiscriminatie, maar dit verbod sluit een overgang naar een pensioenstelsel met een degressieve opbouw niet bij voorbaat uit.
De voorgenomen overgang naar een nieuw pensioenstelsel zonder doorsneesystematiek is gunstig voor toekomstige deelnemers, maar ongunstig voor de meeste bestaande deelnemers. De doorsneesystematiek is ongunstig voor mensen die halverwege hun loopbaan zelfstandige worden en gaat niet goed samen met keuzevrijheid bij de inleg.
De opbouw van vermogen door Nederlandse huishoudens kent een aantal problemen. Op macroniveau uit dit zich in lange balansen, een scheve vermogensverdeling en kwetsbaarheid van de economie voor schokken. Op microniveau uit dit zich in uitdagingen voor huishoudens om gedurende de levensloop in hun behoeften te voorzien. In een SEO onderzoek wordt gekeken welke rol banken kunnen spelen bij het aanpakken van deze problematiek.
In plaats van mensen te verplichten om tussentijds kleine pensioenbedragen op te nemen, gaan pensioenfondsen en verzekeraars deze kleine pensioenen samenvoegen. Door deze te bundelen, krijgen die kleine pensioenen een echte pensioenbestemming. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Klijnsma.
Staatssecretaris Wiebes heeft antwoorden gegeven op Kamervragen over toepassing van de deeltijdfactor op de aftoppingsgrens voor pensioenopbouw van werknemers met een deeltijdbaan.
Staatssecretaris Klijnsma reageerde op Kamervragen naar aanleiding van de onderzoeken van Ortec Finance en Netspar inzake aspecten van de Wet verbeterde premieregeling.
Minister Dijsselbloem heeft de Eerste Kamer antwoorden gestuurd op de vervolgvragen over de consultatie persoonlijke pensioenproducten.
Als het gaat om de hoogte van het pensioen en de gewenste pensioendatum, hebben zelfstandig ondernemers dezelfde ambities als mensen in loondienst. Uit Netspar-onderzoek blijkt echter dat zij vaak te weinig sparen, een laag bedrijfsvermogen hebben en kwetsbaar zijn op de huizenmarkt. Daardoor dreigen zij hun verwachtingen niet waar te maken.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de nieuwe raming van de macro gemiddelde levensverwachting bekendgemaakt. Als gevolg van de gestegen levensverwachting zal de pensioenrichtleeftijd met ingang van 1 januari 2018 worden verhoogd van 67 naar 68 jaar.
Staatssecretaris Wiebes heeft in een Kamerbrief gereageerd op een mogelijke oplossing voor
de aftoppingsgrens voor pensioen voor deeltijdwerkers.
Er zijn werknemers die door de toepassing van een deeltijdfactor te maken krijgen met een aftoppingsgrens die lager ligt dan € 101.519 (bedrag 2016), maar waarbij in het daaropvolgende jaar blijkt dat de optelsom
van de tot het pensioengevend loon behorende (deeltijd)inkomens minder bedraagt dan € 101.519.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.