Staatssecretaris Idsinga bood de Eerste Kamer zijn antwoorden aan op vragen over de stand van zaken rondom het wetsvoorstel om te komen een Wet werkelijk rendement box 3.
De AFM biedt een aanvulling op de bestaande Leidraad advies- en vermogensbeheerdienstverlening ter consultatie aan. Uit een eerder AFM-onderzoek is gebleken dat aanzienlijke verschillen bestaan tussen verwachte rendementen die beleggingsondernemingen hanteren.
De consument heeft bij de verzekeraar een pensioenverzekering waarop onder meer een garantie-clausule van toepassing is. Deze houdt in dat, indien gedurende de gehele vooraf overeen-gekomen duur van de premiebetaling op elke premievervaldag een premie-inleg van ten minste € 2.953,52 heeft plaatsgevonden, een garantierendement wordt gegeven op basis van 3,50 %.
Consument stelt dat Verzekeraar, bij het afsluiten van de verzekering, heeft nagelaten om Consument te wijzen op het risico van een restschuld. Consument wijst hierbij op de aan hem verstrekte brochure.
De aanleiding voor de wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen (Nrgfo Wft) is ten eerste het doorvoeren van puur technische verbeteringen. Het gaat hier bijvoorbeeld om verkeerde verwijzingen en aanpassingen van definities die al in de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn doorgevoerd, maar ook om technische aanpassingen in de regelgeving voor het Dienstverleningsdocument.
Contingent convertible obligaties, ook wel coco’s genoemd, acht de AFM niet geschikt voor het overgrote deel van de particuliere beleggers omdat coco's kenmerken en risico’s hebben die moeilijk te begrijpen zijn.
In een uitspraak van Kifid stelt klager dat zijn adviseur hem niet op het beleggingsrisico heeft gewezen en dat hij erop mocht vertrouwen dat de voorgespiegelde prognoserendementen zouden worden gerealiseerd.
De Commissie heeft er begrip voor dat verzekeringnemer teleurgesteld is in het gegeven dat het prognoserendement van 9% hoogstwaarschijnlijk niet zal worden gehaald.
Een consument heeft zich tot zijn adviseur gewend in het kader van de financiering van de overbedelingsvordering die zijn ex-partner op hem had verkregen.
De vraag lag voor of de bestaande hypothecaire geldlening verhoogd of overgesloten zou worden.
De adviseur is in dat kader afgegaan op een onjuiste mededeling van de verzekeraar over de aan de bestaande hypotheek gekoppelde spaarverzekering.
Vanaf 1 oktober 2006 wordt in de vernieuwde Financiële Bijsluiter (FB) een grafische risicoindicator opgenomen. De risicoindicator is gebaseerd op de GUISE (Gemiddelde Uitbetaling In geval van Slechte Eventualiteiten). De AFM heeft op verzoek van verschillende marktpartijen en nadere (technische) uitleg gepubliceerd van de risicoindicator.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.