De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een vraag beantwoord over de schriftelijke kennisgeving om, in situaties waarin een van de fiscale partners vanwege medische redenen wordt opgenomen in een verpleeghuis, het fiscaal partnerschap te beëindigen.
Minister De Jonge gaf antwoord op vragen over het bericht “De Belastingdienst snapt niet dat Aaike (41) en Ragna (41) in één huis wonen, maar geen koppel zijn: ‘Samenwonen moet als vrienden laagdrempeliger worden’”.
Heeft u wel eens een samenlevingscontract bij uw klant opgevraagd? En zou u een paar punten willen benoemen in het adviesrapport? Daarvoor hebben we voor de abonnees een tijdelijke Fintool service.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben gezamenlijk een woning in eigendom verkregen. De relatie is geëindigd. Het geschil ziet op de vermogensrechtelijke afwikkeling, waaronder de verdeling van de gezamenlijke woning en de ten behoeve van de woning en de tuin gemaakte kosten.
U kent ze vast wel. Een ongehuwde relatie (starter/doorstromer) die in 2017 een huis kocht (wie had toen al van een draagplichtovereenkomst gehoord?), of een starter/doorstromer die in 2018 een huis kocht (en nog wel naar de notaris zouden gaan - niet dus).
Helpdeskvraag wordt dan: "Kan achteraf nog een draagplichtovereenkomst worden opgesteld?"
Als antwoord volgt dan: "Dat hangt er maar net van af hoe de desbetreffende casus is. Soms wel, niet, liever niet..."
Bij samenwoners en verwerving van een woning gebeurt het regelmatig dat er sprake is van een ongelijke inbreng van vermogen. Met behulp van een draagplichtovereenkomst is dit in principe eenvoudig te scheiden. Ieder brengt eigen middelen in op diens ‘eigen helft’ en financiert het overige. Maar er zijn ook scenario’s waarbij 1 partij meer (eigen middelen/overwaarde) inbrengt dan de ander, en kiest men voor toepassing van het ‘Goedkeurend besluit (januari 2018), huidige codificatie (BP2022). Degene die meer inbrengt heeft dan een vordering op de andere partner. En dan gaan (soms) zaken in de praktijk fout….
De consument stelt dat de bank haar bij het afsluiten van de hypothecaire geldlening
onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico’s van het feit dat zij wel hoofdelijk
aansprakelijk werd voor de hypothecaire geldlening, maar geen mede-eigenaar van de
woning.
Een overlijdensrisicoverzekering is geen complex product volgens de BGfo. De keus voor het wel of niet tekenen van een partnerverklaring kan wel complex zijn.
Een werkgever kan ervoor kiezen het nabestaandenpensioen voor de partners van zijn werknemers te baseren
op het zogenoemde bepaalde of onbepaalde partnersysteem. Bij een bepaald partnersysteem wordt alleen een
nabestaandenpensioen verzekerd als de partner met NAW-gegevens bij de pensioenuitvoerder (via de werkgever)
is aangemeld. Bij een onbepaald partnerpensioen hoeft de partner niet bij de pensioenuitvoerder (via de
werkgever) met NAW-gegevens aangemeld te zijn.
Bij een onbepaald partnersysteem is voor elke werknemer een nabestaandenpensioen verzekerd zonder dat de partner is aangemeld bij de pensioenuitvoerder.
Partijen hebben van 2008 tot medio 2014 met elkaar een affectieve relatie gehad. Sinds 2 februari 2009 was de vrouw als enige eigenaar van de woning. Bij het aangaan van deze leningen hebben partijen bij verzekeraar X een overlijdensrisicoverzekering afgesloten.
Op 24 juni 2019 heeft de notaris een concept testament opgesteld voor erflater. Op 5 oktober 2019 is [erflater] plotseling overleden. Tot zijn overlijden had erflater ruim 10 jaar een relatie met [eiseres] . Zij woonden sinds 2012 samen in de woning aan de [adres] (hierna: de woning).
In een kort geding eiste een ex-partner de medewerking van de ex-vrouw tot het ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid van de ex-man. Partijen hebben in op 29 december 2011 een samenlevingsovereenkomst gesloten.
In de praktijk wordt (gelukkig) stilgestaan bij het nut van premiesplitsing bij samenwoners. Toch is het dan goed even te informeren naar de voorwaarden uit het samenlevingscontract..
Dit besluit vervangt het besluit van 15 oktober 2015, nr. BLKB2015/794M en bevat het beleid over het belastbaar feit in de overdrachtsbelasting. In dit besluit zijn nieuwe goedkeuringen opgenomen voor de situatie van afstand van een recht van opstal tegen verkrijging van een onverdeeld aandeel in een onroerende zaak en voor een verkrijging van aandelen als gevolg van een juridische moeder-dochterfusie.
Twintigers wonen minder vaak samen. 24- tot 30-jarigen die wel (on)gehuwd samenwonen gaan wat vaker uit elkaar. Van degenen die op hun 24e gingen samenwonen tussen 2011 en 2015, was 23 procent binnen vijf jaar uit elkaar. Tien jaar eerder was dat nog 18 procent. De scheidingskans van twintigers met een tijdelijk arbeidscontract is hoger dan van degenen met een vast contract. Dat meldt het CBS op basis van nieuw onderzoek.
In deze zaak wensen beide partijen de woning niet toebedeeld te krijgen, omdat de financiële mogelijkheden daarvoor bij beiden ontbreken. Partijen zijn het er over eens dat de woning om die reden moet worden verkocht.
Een notaris heeft in een samenlevingscontract een beding vastgelegd waarbij de man bij verbreking van de samenwoning € 12.000,00 per jaar aan klaagster (klacht via Kamer voor het notariaat) moet betalen voor ieder jaar dat de samenwoning heeft geduurd.
De hypotheekrenteaftrek en eigenwoning leidt (ook) bij beëindiging van het samenlevingscontract tot fiscale geschillen. Dit terwijl de wet hier duidelijk in is. Hierna een praktijkcasus.
Voormalige samenlevers hebben geen samenlevingscontract opgesteld. Na relatiebeëindiging is o.a. in geschil de verdeling van de hypotheekschuld. De eigendomsverhouding is 2/3 - 1/3. De rechtbank heeft de schuldverdeling op 1/2-1/2 gesteld.
Sinds 1978 had belanghebbende een affectieve relatie met [B] (hierna: [B] ). Op enig moment zijn zij gaan samenwonen. Op 12 maart 2004 hebben zij de onderlinge verhoudingen in een samenlevingsovereenkomst vastgelegd op 60% voor [B] en 40% voor belanghebbende.
Meer weten over de heffingskortingen en de fiscale partnerregeling? Aan de hand van vragen en antwoorden komt u 'alles' te weten over deze fiscale begrippen.
Een relatie van ons kantoor beëindigt het samenlevingscontract en wenst economische overdracht van de woning toe te passen. Zijn hier vormvereisten aan verbonden?
De vrouw vordert van de man waarmee zij eerder samenwoonde een bedrag van ruim €200.000 (vorderingsrecht) vanwege aflossingen op de gezamenlijke hypotheek. Partijen hadden geen samenlevingscontract opgesteld. Wanneer begint de verjaringstermijn?
De ex-partner heeft de woning op 1 juli 2009 verlaten. Belanghebbende is in de woning blijven wonen en heeft in 2016 de onverdeelde helft van de woning van de ex-partner overgenomen en de financiering geheel op zich genomen. In geschil is de opgevoerde aftrekpost in 2013, waarbij belastingplichtige 100% van de hypotheekrente als aftrekpost opvoerde.
Een vrouw moet de lagere opbrengst als gevolg van niet meewerken aan verkoop aan de man vergoeden. Het Hof heeft ook de gebruikersvergoeding vastgesteld. Het Hof sluit aan bij de 4% zoals deze ook in box 3 werd gehanteerd.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.