De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of het na het invoeren van de WTP per 1 juli 2023 binnen de fiscale pensioenregels nog mogelijk is om een nieuwe premieregeling in te voeren met een met de leeftijd oplopend premiepercentage.
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft V&A 24-008 gepubliceerd. In dit V&A zijn de voorlopige bedragen opgenomen van de voor 2025 geldende AOW-franchises, AOW-bedragen van artikel 10aa UBLB en het maximum pensioengevend loon.
Het Staffelbesluit pensioenen van 26 juni 2023 wordt aanvullend gewijzigd. De wijzigingen betreffen naast enkele redactionele wijzigingen de aanpassing van de voorwaarden van onderdeel 9.2. voor de aanwijzing van regelingen die voor werknemers van 18 of 19 jaar uitgaan van het premiepercentage van de leeftijdsklasse van 20 jaar tot en met 24 jaar.
Dit besluit is een actualisering van het Staffelbesluit pensioenen van 20 december 2019 in verband met de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen per 1 juli 2023.
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft een vraag en antwoord gepubliceerd.
Minister C.J. Schouten heeft de Tweede Kamer de conceptregelingen behorende bij het wetsvoorstel toekomst pensioenen toegezonden. Het betreft de conceptregeling toekomst pensioenen en de conceptregeling vrijstellingen Wet Bpf2000.
De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of het vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen fiscaal is toegestaan om de progressieve premiestaffel van het voorgestelde artikel 38r Wet LB toe te passen binnen het huidige fiscale pensioenkader.
In deze handreiking is sprake van inhaalruimte van pensioen als de bij de huidige werkgever opgebouwde pensioenaanspraken van een werknemer onder het fiscale maximum liggen.
Dit besluit is een actualisering van een eerder gepubliceerd besluit in verband met de aanpassing van de nettofactor voor het berekenen van de premiepercentages voor nettopensioen. Hierbij zijn tevens de berekeningsgrondslagen geactualiseerd.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 23 november 2017, nr. 2017-187605 in verband met de aanpassing van de nettofactor voor het berekenen van de premiepercentages voor nettopensioen.
In een tweetal besluiten zijn eerder uitgebrachte besluiten geactualiseerd.
Daarnaast heeft Minister Koolmees de Eerste Kamer geïnformeerd over een mogelijk onderzoek naar een overbruggingspensioen.
De Belastingdienst heeft in een vraag & antwoord een voorlopige aangepaste premiestaffel gegeven.
In artikel 18a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst na het invoeren van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen) is bepaald dat de in artikel 18a, zesde lid, Wet LB genoemde pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd afhankelijk van de door het CBS vast te stellen ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. In artikel II, onderdeel B, van het besluit van 21 december 2016 tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen (Staatsblad 2016-549) is aangegeven dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 zal worden verhoogd naar 68 jaar.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 17 februari 2014, nr. BLKB2014/2132M (Stcrt. 2014, 36872). Het besluit bevat tevens een uitbreiding van de toegelaten verzekeraars en een gewijzigde eventtoets (zie bijlage IV en V).
In een publicatie van het CPB worden mogelijke transitiepaden voor afschaffing van de doorsneesystematiek binnen de huidige uitkeringsovereenkomst geschetst.
De doorsneesystematiek, waarin de premie en de opbouw van rechten (in % van het pensioengevend loon) voor alle deelnemers gelijk zijn, negeert het verschil in beleggingshorizon tussen inleg op jonge leeftijd en inleg op latere leeftijd. Dit leidt tot herverdeling, verstoring van de arbeidsmarkt en bemoeilijkt ruimere keuzevrijheid bij de inleg. Een overgang van de doorsneesystematiek naar degressieve opbouw leidt tot een hiaat in de pensioenopbouw van bestaande deelnemers, met name voor die rond middelbare leeftijd.
Staatssecretaris Wiebes geeft antwoord op eerder gestelde vragen over premiepercentages bij een pensioenrichtleeftijd lager dan 67 jaar. Bij de beantwoording van de vragen wordt ook een (tijdelijke) versoepeling geboden voor het maximale opbouwpercentage ouderdomspensioen (middel-/eindloon) bij een pensioenleeftijd van 66 jaar en 11 maanden.
De premiestaffels die per 1 januari 2015 geldig worden, mits de Eerste Kamer instemt met de aanpassing van het fiscale kader voor pensioen, zijn gepubliceerd. Deze premiestaffels zijn van toepassing op zogenaamde ‘beschikbare premieregelingen’ en zijn een handreiking voor de praktijk. Ze worden later bij beleidsbesluit vastgesteld.
De Pensioenfederatie heeft een overzicht (zie link) van de staffels 2014 in een handzaam document samengesteld.
Veel pensioenfondsen hebben aangegeven de pensioenrichtleeftijd voor het jaar 2014 nog niet te willen wijzigen. Zij kijken waar de fiscale ruimte ligt om de lagere pensioenleeftijd vooralsnog te handhaven.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.