Een stel heeft een woning gekocht en daar 8% overdrachtsbelasting voor afgedragen. Zij hebben hier 7 maanden gewoond en zijn vervolgens in een andere woning gaan wonen. Nadien verzoeken zij (alsnog) het 2%-tarief toe te passen (voor de woning waar ze 7 maanden hebben gewoond, 'dus langer dan 6 maanden'.
Eerder (2021) hebben we in een Fintool artikel de scheidslijn tussen taxatie en aankoopsom beschreven. Het Gerechtshof heeft een uitspraak gedaan, waarbij de koopsom onder de woningwaardegrens zat, maar het taxatierapport (woningwaarde) boven de woningwaardegrens.
Bent u het niet eens met de aangifte overdrachtsbelasting en het bedrag dat u hebt betaald? Bijvoorbeeld omdat u vindt dat voor u een ander tarief geldt of omdat u denkt dat u recht hebt op een vrijstelling. Of bent u het niet eens met een naheffingsaanslag? Dan kunt u zelf, of de notaris namens u, bezwaar maken.
Maak bezwaar binnen 6 weken na de datum waarop de overdrachtsbelasting is betaald. Is uw bezwaar te laat?
De waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak is hoger dan de overeengekomen koopsom. De waarde economisch verkeer was boven de woningwaardegrens. De koopsom onder de woningwaardegrens. Welk tarief overdrachtsbelasting?
Staatssecretaris Van Rij stuurde de Tweede Kamer het ambtelijk rapport 'Verkenning vrijstellingen in de overdrachtsbelasting', waarin in kaart wordt gebracht voor welke fiscale regelingen in de overdrachtsbelasting er aanleiding is om nader onderzoek te doen.
De Kennisgroep overdrachtsbelasting geeft antwoord op de vraag of het mogelijk is om een reeds toegepaste startersvrijstelling te herroepen zodat deze alsnog bij de aankoop van een nieuwe woning op een later moment kan worden gebruikt.
De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft een standpunt gepubliceerd over de toepassing van het tarief dan wel de startersvrijstelling bij gebruik van onzelfstandige woonruimte in een woning door derden, bijvoorbeeld ten titel van verhuur.
In dit besluit zijn nieuwe goedkeuringen opgenomen over de toepassing van de startersvrijstelling en het tarief van 2% die gelden bij de verkrijging van woningen indien aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.
In artikel I wordt onderdeel 2 van een eerder besluit ingetrokken. Dit hangt samen met de wijziging van het algemene tarief voor de overdrachtsbelasting met ingang van 1 januari 2023 naar 10,4%.
Op 20 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met het pakket Belastingplan 2023. Dit betekent dat per 2023 weer een groot aantal belastingmaatregelen wijzigt.
Dit besluit actualiseert en vervangt het besluit van 29 juni 2021 en bevat het beleid over de toepassing van de startersvrijstelling en het voor de verkrijging van woningen geldende overdrachtsbelastingtarief van 2%.
In geschil is of ter zake van de verkrijging van de woning het tarief van 2% is verschuldigd of de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel p van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (de startersvrijstelling) van toepassing is. Eiser vindt de leeftijdsgrens van 35 jaar onterecht en in strijd met het verbod op leeftijdsdiscriminatie (in het bijzonder artikel 14 van het EVRM en artikel 26 van het IVBPR).
Tijdens de plenaire vergadering van 15 maart 2022 in de Tweede Kamer zijn diverse moties behandeld. De motie voor het invoeren van een nationale zelfwoonplicht is verworpen.
Sinds 1 april 2021 geldt voor toepassing van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting een woningwaardegrens. Deze houdt in dat het totaal van de waarde van de woning of rechten waaraan deze is onderworpen en tot die woning behorende aanhorigheden niet hoger mag zijn dan thans € 400.000. Het UB BRV bepaalt dat onder het begrip «waarde» in de zin van die woningwaardegrens moet worden verstaan de waarde per verkrijging eventueel vermeerderd of verminderd met in de WBR genoemde elementen.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.