Wanneer u wilt gaan bouwen moet u nu in veel gevallen een vergunning aanvragen bij de gemeente. Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat dit veranderen.
Onder de huidige btw-regelgeving is het mogelijk om door middel van een zogenoemde “short stay structuur” belasting te besparen. Door bijvoorbeeld woningen na een grote verbouwing voor korte tijd btw-belast te verhuren, mag een ondernemer de btw op deze verbouwing aftrekken.
In 2022 hebben de consumenten geldverstrekker gevraagd om de meeneem-regeling toe te passen. Obvion heeft dit verzoek afgewezen. De commissie komt tot het oordeel dat de meeneemregeling – anders dan geldverstrekker meent – wél van toepassing was op de situatie van de consumenten.
De adviseur is toerekenbaar tekortgeschoten bij zijn advisering van de consumenten door onvoldoende rekening te houden met hun verbouwplannen en de daarvoor (in de nabije toekomst) benodigde extra financiering. Dat blijkt uit een Kifid uitspraak.
Ter versterking van de ingezette aanpak om lood in drinkwater te bestrijden, heeft het kabinet besloten een verbod op loden leidingen in te gaan voeren specifiek voor kindlocaties en huurwoningen.
In 2016 heeft belanghebbende een aannemingsovereenkomst gesloten met een aannemer voor de bouw van een appartement. Zij heeft een bedrag voor het betalen van de bouwtermijnen op een spaarrekening apart gezet.
[eiser] is eigenaar van een woning. De woning staat op “staal”, met korte kleefpalen. Een bedrijf heeft in opdracht van de gemeente ten behoeve van de fundering van de brug gelegen aan de [straatnaam/plaats] een aantal palen in de grond laten heien.
Mag een keukenleverancier een beding in algemene voorwaarden hebben staan waarin bepaald wordt dat een consument 30% annuleringskosten verschuldigd is bij het niet afnemen van een keuken die nog niet in bestelling is gegaan?
Een Consument wenste een hypotheek aan te vragen vanwege een verbouwing. In het adviesrapport was geen rekening gehouden met een in de registers van het BKR ten name van consument vermelde achterstandscode. Consument was van deze achterstandscode niet op de hoogte.
Een relatie van ons (jonger dan 35 jaar) wenst een opknapwoning aan te schaffen, waarbij gebruik gemaakt wordt van de ‘startersregeling’ 0% overdrachtsbelasting. Een en ander zal in eigen beheer aangepakt worden, wat de nodige tijd gaat kosten.
Bij natuurlijke personen die na de overdracht de woning minimaal een half jaar daadwerkelijk als hoofdverblijf hebben gebruikt, zal het verlaagde tarief of de startersvrijstelling in beginsel van toepassing zijn.
Echter, zoals gezegd, het is een ‘opknapwoning’, wat dan ook langer dan 6 maanden gaat duren, alvorens relatie de woning kan betrekken. Tot die tijd zitten ze in de huidige koopwoning.
Kunnen ze toch gebruik maken van de ‘0% overdrachtsbelasting’ regeling?
Voor welke uitgaven rondom een koopwoning mag de verhoogde schenkvrijstelling worden aangewend? Kan (een deel) ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld de hypotheekadvieskosten of vergoedingsrente (boeterente)?
Koper heeft in november 2017 een woning gekocht. Na transport is koper gestart met een verbouwing. Volgens koper was sprake van ernstige gebreken aan de woning. In de dagvaarding hebben [koper/ huiseigenaar] gesteld dat de doorbraak van de muur tussen de woonkamer en de keuken door [verkoper] is gerealiseerd zonder de vereiste bouwvergunning, en dat dit op zichzelf al een gebrek is dat het normaal gebruik van de woning in de weg staat.
Relatie A en B hebben een woning aangekocht en vanwege de inbreng van A (verwachte eigenwoningreserve. A = 100% eigenaar oude woning.) is er een draagplichtovereenkomst opgesteld. Nu is de woning van A verkocht (en geleverd) en valt de verkoopwinst hoger uit ten opzichte van eerdere uitgangspunten. Vraag is of deze meevaller aangewend kan worden voor een extra verbouwing (nu er extra bestedingsruimte is).
Dat de meevaller gebruikt kan worden voor de extra verbouwing is op zich mogelijk. De vraag ziet eigenlijk meer op de civiele/ fiscale leningdelen. En dan is het per casus afhankelijk wat de gevolgen/ gewenste aanpassingen zijn.
In geschil is de vraag of de gemaakte verbouwingskosten onder de verhoogde schenkvrijstelling geschaard mocht worden. De belastinginspecteur stelde dat de verbouwingskosten niet onder de verhoogde schenkvrijstelling viel en legde een aanslag schenkbelasting op aan belastingplichtige.
De rechtbank stelde de belastingplichtige in het gelijk en de belastinginspecteur is in hoger beroep gegaan.
Op 1 januari 2013 was de oude woning nog steeds niet verkocht, waardoor de belanghebbende uit de 3-jaarstermijn van art. 3.111(2) Wet IB 2001 liep waarbinnen hypotheekrente voor twee woningen aftrekbaar kan zijn (verhuisregeling) en waardoor de oude woning fictief werd vervreemd en overging naar box 3. De rente op de oude lening is vanaf 1 januari 2013 in beginsel niet meer aftrekbaar.
Een huiseigenaar had zijn woning in de verkoop staan. De verkoop verliep niet vlot en de woning ging vanwege het bereiken van het einde van de verhuisregeling naar box 3.
Stel de overwaarde uit de verkoop (dit jaar) valt €15.000 mee ten opzichte van eerdere uitgangspunten. Relatie heeft echter de wens in het voorjaar (2020) de woonboulevard af te struinen en de verbouwing te starten. Kan dan (ook) de eigenwoningreserve verrekend worden met de verbouwingsplannen?
Het kan ook zijn dat relatie in 2018 een woning heeft aangekocht (volledig gefinancierd met box 1), waarna begin 2019 uit eigen middelen de verbouwing (bijvoorbeeld €20.000) voldaan is. Stel dat de eigenwoningreserve (deze maand ontstaan uit verkoop) ook €20.000 bedraagt. Moet relatie dan de huidige box 1 verlagen met de eigenwoningreserve?
Een relatie heeft in 2018 een woning gekocht. De oude woning is pas deze maand verkocht. Bij de financieringsopzet is wel rekening gehouden met een verwachte overwaarde. De opbrengst is gunstiger uitgevallen dan verwacht. Kan relatie de meevaller gebruiken voor een (aanvullende) verbouwing?
In het jaar 2007 zijn belanghebbenden (man en vrouw ) een extra hypothecaire lening aangegaan voor een bedrag van € 93.500. Belanghebbenden hebben deze extra lening in hun aangiften (deels) als eigenwoningschuld aangemerkt.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat belanghebbenden met hetgeen zij daartoe hebben aangevoerd, niet hebben voldaan aan de eis van staving met schriftelijke bescheiden a.b.i. artikel 3.123 van de Wet IB 2001.
Het Hof volgt belanghebbenden niet in hun stelling dat als “schriftelijke bescheiden” ook foto’s en eigen verklaringen van belanghebbenden hebben te gelden.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.