In de algemene voorwaarden die op die leningsovereenkomst van toepassing zijn, is een verhuisregeling (hierna: de Verhuisregeling) opgenomen: de vaste rente die hoort bij de lening voor de ‘oude’ woning kan – als is voldaan aan voorwaarden – worden meegenomen naar de lening voor de ‘nieuwe’ woning voor de resterende looptijd van de rentevaste periode.
Consument wenste de meeneemregeling toe te passen, maar ten tijde van het uitbrengen van de offerte was de verstreken duur 6 maanden + 6 weken. Daardoor geen meeneemregeling meer.
De consumenten hadden bij de bank een spaarhypotheek met daaraan gekoppeld een spaarverzekering. De consumenten hebben op enig moment een nieuwe woning gekocht. Na de verkoop van de oude woning is de spaarhypotheek afgelost.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de eigenwoningregeling geldt als de belastingplichtige vóór de juridische levering van de woning besluit om niet in de nieuwe woning te gaan wonen.
De consument verwijt de bank onder andere dat zij niet tijdig is geïnformeerd over de doorlooptijd van een hypotheekaanvraag. De commissie is van oordeel dat de consument als bestaande relatie inderdaad meer mocht verwachten van de dienstverlening van de bank.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de verhuisregeling van artikel 3.111, tweede lid, Wet IB 2001 van toepassing is op een buitenlandse woning.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de verhuisregeling van artikel 3.111, tweede lid, Wet IB 2001 voor een voor de verkoop bestemde, leegstaande woning ook van toepassing is als de woning niet direct na het vertrek uit de woning bestemd is voor de verkoop.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een belastingplichtige met een eigen woning en een bestaande eigenwoningschuld de schuld die hij voor de aankoop van een nieuwe woning aangaat, kan aanmerken als een bestaande eigenwoningschuld.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord wanneer een belastingplichtige een eigenwoningreserve realiseert bij tijdelijke verhuur van een te koop staande woning.
In 2022 is de relatie van de consument beëindigd en hebben de consument en zijn ex-partner besloten beiden een nieuwe woning te kopen en de gezamenlijke woning te verkopen.
Is de verhuisregeling voor een voor de verkoop bestemde, leegstaande woning ook van toepassing als de woning niet direct na het vertrek uit de woning bestemd is voor de verkoop?
Een relatie van ons kantoor heeft een KEW. De oude woning is begin 2019 verkocht en relatie is tijdelijk gaan huren. In maart 2020 is een koopovereenkomst getekend voor nieuwbouw. Transport is september 2020 geweest. De verzekeraar had de KEW-clausule van de polis gehaald. De premiebetaling is door blijven lopen, in afwachting van de nieuwe financiering en herplaatsing van de KEW-clausule (september 2020). Moet de spaarpolis nu in box 3 opgegeven worden als vermogen (peildatum 1 januari 2020)?
Op 20 november 2010 heeft belanghebbende een anti-kraakovereenkomst gesloten met [B]. voor het gebruik van de tweede woning. In de overeenkomst is [B] aangeduid als ‘oppasser’. Op 31 januari 2012 hebben belanghebbende en [B] door middel van een allonge de anti-kraakovereenkomst als volgt aangepast:
“Artikel 4, financiële verplichting van de oppasser
Oppasser voldoet vanaf 1 februari 2012, gedurende de looptijd van deze anti-kraakovereenkomst aan verhuurder een bedrag van € 1.500,00 per maand. (…) De kosten van gas, elektra en water zijn voor kosten van de oppasser.”
Stel een relatie heeft overgangsrecht (bestaande eigenwoningschuld, vormvrij), maar zet het huis in de verkoop, of verhuurt het tijdelijk op basis van de Leegstandswet, of permanent. Als relatie nog niet gelijk een ander huis heeft gekocht, zijn er diverse einddata tot wanneer overgangsrecht kan herleven.
In geschil is of een in Zeeland gelegen woning in de jaren 2009 en 2010 als eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001 kwalificeerde. Het Hof stelt voorop dat uitsluitend woningen die als centrale levensplaats dienen, als eigen woning in de zin van artikel 3.111, eerste lid, van de Wet IB 2001 aangemerkt kunnen worden.
Bij een herfinanciering bleek pas in een laat stadium dat er sprake was van een boeterente. Consument claimt deze schade bij de adviseur. De oude geldverstrekker bracht een boeterente bij vrijwillige verkoop in rekening.
De zogenoemde echtscheidingsregeling geldt voor de belastingplichtige die zijn eigen woning heeft verlaten zolang zijn ex-partner de woning als hoofdverblijf heeft. De eigenwoningregeling wordt dan nog maximaal twee jaar toegepast.
Maar wat gebeurt er fiscaal als de vertrokken ex-partner diens aandeel in de woning verhuurt aan de achterblijvende ex-partner?
Een nieuwe woning is een eigen woning als die leegstaat of in aanbouw is. Ook moet de woning uitsluitend zijn bestemd voor toekomstige bewoning door de eigenaar. De nieuwe woning die te koop wordt gezet, is niet meer uitsluitend bestemd voor toekomstige bewoning door de eigenaar. Vanaf het moment dat de nieuwe woning (ook) is bestemd voor verkoop, eindigt de eigenwoningregeling en eventuele (hypotheek)renteaftrek voor de nieuwe woning.
Vanwege een relatiebreuk gaat de verhuizing niet door en wordt de woning in de verkoop gezet. Is de hypotheekrente nu niet meer aftrekbaar?
Een vrouw heeft ter zitting gesteld dat de man in de draagkrachtberekening betreffende de periode tot 1 oktober 2017 ten onrechte rekening heeft gehouden met de bruto hypotheekrente, nu de man zijn deel van de hypotheekrente drie jaar mag aftrekken en het deel van de hypotheekrente dat hij voor de vrouw betaalt als partneralimentatie kan aftrekken.
Een consument heeft bij Kifid een klacht ingediend. Consument verwijt de Bank dat zij hem niet goed heeft voorgelicht omtrent de risico’s van rentemiddeling, meer specifiek bij een eventuele verhuizing.
In geschil is of na het vertrek van (het gezin van) belanghebbende naar België, de woning nog kwalificeert als ‘eigen woning’ in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de woning aan een derde ter beschikking is gesteld of dat sprake is van een kraakwacht-situatie.
Uit onderzoek uitgevoerd door Friso de Zeeuw (praktijkhoogleraar TU Delft) en Rink Drost (Bureau Stedelijke Planning) in opdracht van de NVB Bouw blijkt de animo om te verhuizen groot. Het gaat daarbij om de verhuisgeneigdheid van mensen die willen én kunnen verhuizen.
Ter beoordeling ligt de vraag voor of verplichtingen van de Bank uit de overeenkomst met Consument ook moeten worden nagekomen wanneer Consument zijn huidige woning verkoopt en een nieuwe woning koopt. Op dat moment wordt de oude hypothecaire geldlening afgelost en een nieuwe geldlening afgesloten. In de hypotheekakte is een meeneemregeling opgenomen, die Consument het recht geeft om bij aankoop van een nieuwe woning de rente voor de resterende rentevast periode mee te nemen naar een nieuw te sluiten soortgelijke geldlening.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.