Het kabinet diende het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 in bij de Tweede Kamer. Met de tegenbewijsregeling biedt het kabinet aanvullend rechtsherstel in box 3, zoals geoordeeld door de Hoge Raad. Belastingplichtigen krijgen de mogelijkheid om het werkelijk behaalde rendement aan te tonen.
Op grond van artikel 10.6ter van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) worden de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor de categorieën banktegoeden en schulden na afloop van het kalenderjaar met terugwerkende kracht tot en met het begin van het kalenderjaar vervangen door een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze een depositofonds voor uitvaartgelden in aanmerking moet worden genomen in box 3.
Het wetsvoorstel waarover de Afdeling advisering nu advies heeft uitgebracht, neemt de vuistregels van de Hoge Raad over in een tegenbewijsregeling. Daarmee krijgen belastingplichtigen de mogelijkheid hun werkelijke rendement aannemelijk te maken. Als dit rendement lager is dan hun forfaitaire rendement, wordt dit lagere rendement in aanmerking genomen. De tegenbewijsregeling is een tijdelijke regeling die geldt tot de invoering van een nieuw box 3-systeem.
Staatssecretaris Van Oostenbruggen stuurde de Tweede Kamer de antwoorden op de feitelijke vragen (86 stuks) over de stand van zaken van het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. De vaste commissie voor Financiën heeft de vragen gesteld. Hier onder een selectie uit deze vragen.
In een Kamerbrief geeft staatssecretaris T. van Oostenbruggen aan dat de voorgestelde Wet werkelijk rendement box 3 alles afwegende als beste optie ziet.
Het vraagstuk van de individuele en buitensporige last ontwikkelt zich in de jurisprudentie. Dit standpunt geeft de stand van zaken tot de publicatiedatum met betrekking tot dit vraagstuk en beperkt zich tot de individuele en buitensporige last in relatie tot box 3.
Ook ongerealiseerde waardeveranderingen van een onroerende zaak tellen mee voor de berekening van het werkelijke rendement in box 3. De Hoge Raad geeft hierover in zijn uitspraak nadere regels.
Op 17 december 2024 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wetsvoorstellen in het pakket Belastingplan 2025. De wet treedt pas in werking als de Koning deze heeft goedgekeurd en de wet ook is gepubliceerd. Vooruitlopend op de goedkeuring door de Koning en publicatie van de wetten, geeft het ministerie van Financiën in dit bericht een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen per 2025.
Volgens uitspraken van de Hoge Raad is het belasten van fictief rendement over vermogen in box 3 in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Belastingdienst moet het werkelijk rendement op vermogen belasten en – als dit lager is dan het fictieve rendement – de te veel betaalde belasting terugbetalen. Belastingplichtigen met vermogen in box 3 kunnen hun werkelijk rendement vanaf de zomer 2025 doorgeven.
U krijgt vanaf oktober 2024 een brief van de Belastingdienst als u in aanmerking komt voor het doorgeven van uw werkelijk rendement in box 3 over 1 of meerdere jaren. In deze brief staat nog niet voor welke jaren u het werkelijk rendement mag doorgeven.
Staatssecretaris Idsinga bood de Eerste Kamer zijn antwoorden aan op vragen over de stand van zaken rondom het wetsvoorstel om te komen een Wet werkelijk rendement box 3.
Belastingplichtigen die in aanmerking komen voor het doorgeven van hun werkelijk rendement ontvangen tussen half oktober en begin november 2024 een brief van de Belastingdienst. In de brief staat meer informatie over het aanvullende herstel en het formulier Opgaaf werkelijk rendement.
Staatssecretaris Idsinga informeerde de Eerste en Tweede Kamer over de stand van zaken van het rechtsherstel box 3. De brief geeft informatie over voorbereidingen door de Belastingdienst van conceptwetgeving voor het rechtsherstel, over de geschatte budgettaire gevolgen en over het vervolgproces.
De Belastingdienst heeft de vraag beantwoord of fiscale partners bij navordering van te veel verleend rechtsherstel box 3, vanwege de correctie van de onjuiste opgave van beleggingen als spaargeld, een nieuwe toedeling van de gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen mogen kiezen wanneer de aanslagen van beide partners reeds onherroepelijk vaststaan.
Afgelopen juni heeft de Hoge Raad geoordeeld dat belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement dan het veronderstelde rendement op hun box 3-vermogen de gelegenheid moeten krijgen dit aan te tonen. Als het werkelijke rendement lager is dan het zogeheten forfaitaire rendement, dan moet de belastingaanslag verminderd worden.
De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) ingestemd met het aanbieden van de Wet werkelijke rendement box 3 voor advies aan de Raad van State. Met het wetsvoorstel stelt het kabinet voor om vanaf 2027 een nieuw stelsel voor de belastingheffing in box 3 in te voeren.
Neemt de Wet rechtsherstel box 3, ook wel Herstelwet genoemd, de verdragsinbreuk weg die in de box 3-uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021 is geconstateerd? De Hoge Raad oordeelt van niet. De voor de Nederlandse inkomstenbelastingheffing in box 3 toepasselijke wetgeving schendt nog steeds het verdragsrechtelijke discriminatieverbod en het eigendomsgrondrecht in de gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. In een aantal uitspraken van vandaag geeft de Hoge Raad nadere regels voor de berekening van dat werkelijke rendement en voor het rechtsherstel dat moet worden geboden in gevallen waarin het verdragsrecht is geschonden.
Op donderdag 6 juni 2024 om 11.00 uur doet de Hoge Raad openbaar uitspraak in vijf zaken over de heffing van inkomstenbelasting in box 3 na invoering van de Wet rechtsherstel Box 3.
Op grond van artikel 10.6ter van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) worden de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor de categorieën banktegoeden en schulden na afloop van het kalenderjaar met terugwerkende kracht tot en met het begin van het kalenderjaar vervangen door een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage. Door middel van deze regeling worden die forfaitaire rendementspercentages voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld.
Het overgrote deel van de huiseigenaren kan een serieuze verduurzaming van de eigen woning financieren met spaargeld of een lening. Het gaat dan om een woningisolatie tot energielabel B en een warmtepomp. Dit blijkt uit onderzoek van DNB.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.