Als een echtpaar met een eigen woning gaat scheiden, probeert één van de ex-partners vaak de woning te behouden. Dat lukt lang niet altijd. Dan wordt de woning verkocht. Bij die verkoop wordt de overwaarde verdeeld over de ex-partners. Dat geldt ook voor het fiscale begrip van de eigenwoningreserve. In sommige gevallen is de werkelijke verdeling van de overwaarde niet gelijk aan de fiscale vaststelling van die eigenwoningreserve. De Kennisgroep van de Belastingdienst legt in een recent besluit uit hoe dat zit.
Een belangrijke uitspraak van de Geschillencommissie waarbij zij duidelijk maakt hoe het belang van de consument uitgelegd moet worden. De rechtsbijstandsverzekeraar die zich te gemakkelijk achter de verzekeringsvoorwaarden verschuilt, moet 50% van de, nog te berekenen, schade vergoeden.
Op 17 september 2019 (Prinsjesdag) heeft het kabinet haar plannen voor 2020 bekend gemaakt. In dit artikel vatten we voor medewerkers die werkzaam zijn binnen het vakgebied voor de adviseur Vermogen, de meest relevante onderwerpen van de overheidsplannen samen. Op het gebied van Sociale Zekerheid zijn de meeste plannen vrij vaag omlijnd en weinig concreet. Eventuele wijzigingen op dat gebied, zullen dan ook nog niet direct in 2020 effect hebben. Dat betekent dat de belangrijkste wijzigingen in 2019 voor de adviseur Vermogen vooral fiscaal van aard zijn.
Op 1 januari 2020 zijn diverse wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we daarvan een beknopt overzicht met betrekking tot de module Vermogen.
Zie voor enkele algemene wijzigingen per 1 januari 2020 het bericht 'Wijzigingen Wft Basis per 1 januari 2020’ (zie Externe bronnen).
De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft het standpunt KG:070:2023:12 gewijzigd. Het betreft enkele redactionele wijzigingen. Daarnaast is situatie B verduidelijkt. Situatie C is toegevoegd. Situatie C uit de vorige versie van het standpunt is hernoemd naar situatie D. Verder is de beschouwing uitgebreid. Inhoudelijk zijn geen wijzigingen beoogd.
In deze ministeriele regeling wordt een aantal technische zaken aangepast die de uitvoering van de pensioentransitie vergemakkelijken en duidelijkheid bieden aan uitvoerende partijen. Het gaat om vrijstelling onder voorwaarden voor het uitvoeren van de jaarlijkse haalbaarheidstoets, nadere verduidelijking met betrekking tot de standaardregel, het hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid in relatie tot de solidariteits- en risicodelingsreserve, een aanpassing met betrekking tot de transitietermijnen in verband met de beoogde verlenging van de pensioentransitie en een aantal redactionele wijzigingen.
Het eerstvolgende moment dat het minimumloon wordt geïndexeerd is op 1 juli 2025. Hierbij wordt de indexatiewijze toegepast zoals voorgeschreven in artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
1 april 2025 is de nieuwe PE-periode gestart. Deze loopt tot 31 maart 2028. De start van een nieuwe PE-periode betekent ook een nieuw PE-jaar. De initiële, PE- en Bijzondere examens zijn aangepast. Hoe deze examens eruitzien, staat in de samenstellingsdocumenten van het CDFD.
De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft een aantal vragen beantwoord over de toegestane einddatum van een overbruggingslijfrente.
[Zie ander item
De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft het standpunt KG:070:2023:12 gewijzigd. Het betreft enkele redactionele wijzigingen. Daarnaast is situatie B verduidelijkt. Situatie C is toegevoegd. Situatie C uit de vorige versie van het standpunt is hernoemd naar situatie D. Verder is de beschouwing uitgebreid. Inhoudelijk zijn geen wijzigingen beoogd.]
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.